Gezondheid en zorg / Ondervoeding

‘Wijkverpleegkundigen sjoemelen om maaltijdzorg te kunnen bieden’

dinsdag 25 september 2018 Leestijd: 4 min.

Zorgverlener rapporteert / ANP Foto

Karlijn Vernooij

Redacteur

Marije Rooze

Developer

dinsdag 25 september 2018 Leestijd: 4 min.

Uit een rondgang onder ruim 350 wijkverpleegkundigen blijkt dat bijna 40 procent sjoemelt met de indicaties voor zorg. Ze doen dit vanwege de problemen die ze ondervinden met bijvoorbeeld de aanvraag bij de zorgverzekeraar rondom de maaltijd van kwetsbare ouderen die nog thuis wonen. ‘Wij zijn burgerlijk ongehoorzaam en nemen het heft in eigen hand. Het mag niet. Maar we doen er heel erg goed mee,’ licht een wijkverpleegkundige toe. Een ander schrijft: ‘Uit zorg voor cliënten met dementie kleur ik regelmatig buiten de lijntjes.’

Uit de rondgang, die we deden in samenwerking met het Nederlands Wijkverpleegkundigen Genootschap en de beroepsverenigingen V&VN en Voor de Wijk, blijken de zorgen over ouderen die thuis te weinig ondersteuning krijgen bij het eten groot. Een ruime meerderheid ziet door de ingewikkelde wet- en regelgeving de gezondheid van hun cliënten achteruit gaan. Voeding en vocht valt nu namelijk binnen drie wetten. De zorgverleners raken erin verstrikt en ervaren dat ze van het kastje naar de muur worden gestuurd.

Geen eenduidig beleid

Sinds 2015 zijn de wijkverpleegkundigen zelf verantwoordelijk voor het stellen van de verpleegkundige indicatie en de zorgtoewijzing. Zij bepalen dus uiteindelijk in welke gevallen maaltijdondersteuning binnen de Zorgverzekeringswet geïndiceerd kan worden. In de wet staat dat er dan sprake moet zijn van ‘geneeskundige zorg’, of het risico daarop. In andere gevallen, als het bijvoorbeeld puur de begeleiding betreft, is de gemeente verantwoordelijk. ‘Maar zo eenduidig worden de wetten door de betrokken partijen niet uitgelegd,’ zegt Aletta Oosterhuis van vakvereniging NWG. Voor bijna de helft van de wijkverpleegkundigen is het dan ook onduidelijk in welke gevallen de zorgverzekeraar de hulp bij de maaltijd vergoedt. De één schrijft: ‘Ik begrijp niet dat maaltijdondersteuning onder de verantwoordelijkheid van de gemeente zou vallen. Het is duidelijk een onderdeel van het verpleegkundig proces en wordt als zodanig opgenomen in het verpleegplan.’ Terwijl de ander het juist níet de taak van de verpleegkundige vindt om de maaltijden te bereiden en aan te geven, maar van het informele netwerk van de cliënt.

Sjoemelen

En dan hebben óók de betrokken instanties nog eigen opvattingen over wie de hulp bij de maaltijd moet vergoeden. Alles bij elkaar lijkt het dan ook niet gek dat bijna 70 procent van de wijkverpleegkundigen problemen ondervindt met het aanvragen van de hulp rondom de maaltijd. Ze geven als redenen dat de zorgverzekeraar het niet wil betalen, de aanvraag bij de gemeente te lang duurt, en dat zorgverzekeraar en gemeente naar elkaar blijven wijzen. Bijna de helft van de wijkverpleegkundigen geeft aan dat ze hierdoor gedwongen worden het op een andere manier te rapporteren. Of dus zelfs sjoemelen met de indicatie. Dit houdt bijvoorbeeld in dat maaltijdondersteuning gekoppeld wordt aan een ander zorgmoment, zoals douchen, het toedienen van medicatie of de toiletgang.

Selectie van reacties uit de rondgang

 'Verschillen zijn tenenkrommend‘

Ik hoor dit inderdaad veel wijkverpleegkundigen zeggen’, vertelt Oosterhuis. ‘Ze komen er niet uit, maar willen wel goede zorg bieden voor hun cliënt. Dus dan gaan ze creatief boekhouden. En dat snap ik ook wel. Kijk eens in wat voor discussie we zitten over de maaltijdondersteuning. Je zult er in de praktijk maar mee te maken hebben.’ Maar tegelijkertijd is de enorme praktijkvariatie die er ontstaat een doorn in het oog van de NWG. ‘De één indiceert wel, de ander niet, de één schrijft het zus op, de ander zo. En dan zit er óók nog verschil in hoe ze het achter de voordeur oplossen. Er zit echt geen lijn in.’  Volgens Oosterhuis moeten de wijkverpleegkundigen hier zélf mee aan de slag. ‘Je moet als beroepsgroep een opvatting hebben over ondervoeding en voeding. En welke rol dat heeft in een verpleegkundig zorgplan. Er mag géén discussie meer over bestaan. Van daaruit kun je dan onderbouwen of het bij de gemeente hoort of bij de zorgverzekeraars.’ Volgens Oosterhuis dragen de grote verschillen bij aan het wantrouwen vanuit zorgverzekeraars. ‘Waarom lukt het de één wel en de ander niet? Ik heb veel zorgplannen gezien en de enorme praktijkvariatie is tenenkrommend. Het gevolg is dat de zorgverzekeraars op de rem trappen en voorschrijven hoe er geïndiceerd moet worden.’

Nieuwe leidraad

En dat moet volgens Oosterhuis afgelopen zijn. Samen met beroepsvereniging V&VN werkt zij aan een nieuwe leidraad voor ‘wijkverpleegkundig handelen’. Daar staat in wat noodzakelijke zorg is. Ook op het gebied van voeding. ‘Hiermee hebben we een instrument in handen om in gesprek te gaan met de instanties, waaronder de zorgverzekeraars. Iedereen zit nu enorm gevangen in een systeem waarin het oude Awbz-denken de overhand heeft. Oftewel: taakjeszorg; waar alleen handelingen vergoedt worden.’ Oosterhuis denkt dat een nieuwe leidraad, met eenduidige opvattingen over voeding, hierin verandering kan brengen. ‘We moeten toewerken naar impactvolle zorg, waarin we weer kijken wat mensen nodig hebben.’ 

 

Zorgverzekeraars Nederland

Zorgverzekeraars Nederland erkent dat het verder werken aan de professionalisering en ontwikkeling van de wijkverpleging past in de afspraken die ze met elkaar gemaakt in zowel het kwaliteitskader wijkverpleging als het hoofdlijnenakkoord wijkverpleging. In een reactie laten ze weten het absoluut geen goede zaak te vinden dat wijkverpleegkundigen sjoemelen met de indicaties. ’Wij zijn benieuwd door wie deze wijkverpleegkundigen zich gedwongen voelen. Iedereen heeft zich aan de wet- en regelgeving te houden.’  Een woordvoerder onderschrijft dat de wijkverpleegkundigen met de invoering van de Zorgverzekeringswet een andere rol  hebben gekregen. ‘Zij bepalen nu de zorgbehoefte. En als ze problemen ervaren met indiceren, moeten ze dit aankaarten bij gemeenten, zorgverzekeraars of zorgkantoren. Er kan dan gezamenlijk op zoek worden gegaan naar een oplossing.’

Wil je op de hoogte blijven van dit onderzoek? Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief met alle artikelen over dit onderwerp! Meld je hier aan.

Vanavond in De Monitor: ondervoeding bij demente ouderen. Dinsdag 25 september, om 21:25 uur op NPO2

Gezondheid en zorg / Ondervoeding

In de problemen door creatief boekhouden?

Wijkverpleegkundigen zeggen dat ze genoodzaakt worden om creatief om te gaan met de regels op het gebied van maaltijdzorg. Maar wat zijn daarvan de gevolgen? We zijn benieuwd of er wijkverpleegkundigen zijn, of thuiszorgorganisaties die ermee in de problemen zijn gekomen. Bijvoorbeeld na een controle van de zorgverzekeraar. Laat het ons weten. Dat kan uiteraard anoniem.
Deel jouw ervaring

Karlijn Vernooij

Redacteur

Deel jouw ervaring

Dit artikel is geschreven door:

Karlijn Vernooij Redacteur
Karlijn heeft bijna 15 jaar ervaring in de journalistiek. Van redacteur en planner op de binnenlandredactie van RTL Nieuws tot samensteller bij KRO-NCRV Radio 1. De overstap naar het programma De Monitor is een lang gekoesterde wens. ‘Waar je bij de radio dagelijks in hoog tempo verschillende onderwerpen aanraakt en weer laat liggen, kun je er bij De Monitor veel dieper induiken.’ Mensen in de samenleving een stem geven, mensen die ergens anders niet gehoord worden, is wat haar het meeste drijft. ‘Samen proberen iets bloot leggen, en er een oplossing voor proberen te vinden. In plaats van je laten sturen door ‘de waan van de dag’. Haar eerste onderzoek gaat over datingsites met nepprofielen. Wat haar daarin het meest treft zijn de verhalen van kwetsbare mensen op zoek naar liefde, waar deze sites misbruik van maken.
Lees verder

Deel dit artikel

Meer artikelen in dit onderzoek

Meer weten?

Oud worden in je eigen omgeving. Terwijl de zorg aan huis geregeld wordt. Ideaal, dacht de overheid een paar jaar geleden. Maar de praktijk blijkt weerbarstiger. Een grote groep kwetsbare ouderen ...
Alles over dit onderzoek