Onderwijs / Onderwijs

Waarom leerkrachten niet blij zijn met passend onderwijs

donderdag 14 september 2017 Leestijd: 5 min.

Door passend onderwijs kwamen er amper zorgleerlingen bij op school. Toch maken leerkrachten zich zorgen. Hoe zit dat? Foto: ANP /

Sietze van Loosdregt

Redacteur

donderdag 14 september 2017 Leestijd: 5 min.

Veel leerkrachten zijn niet te spreken over de uitwerking van passend onderwijs. Zo zegt 87 procent van hen in een onderzoek van Duo Onderwijsonderzoek dat de werkdruk is toegenomen door de invoering van passend onderwijs. Twee derde zegt dat de aandacht voor zorgleerlingen bij hen op school zelfs ten koste gaat van de ‘gewone’ leerling.

Is dat waarom leerkrachten zo negatief zijn over passend onderwijs? En hebben ze een punt? Dat is wat we momenteel onderzoeken voor ons dossier Onderwijs en daarbij komen bij ons de volgende vragen op:

Er zijn vast meer zorgleerlingen bijgekomen in de klas, want dat was toch het doel van passend onderwijs?

Leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben, moeten als het maar enigszins kan gewoon naar een reguliere school, dat was een belangrijk doel van passend onderwijs. En meer veeleisende leerlingen in een klas, dat levert ongetwijfeld een hogere werkdruk op. Daarom is dit de meest logische verklaring voor de toegenomen werkdruk bij leerkrachten.

Maar de Inspectie van het Onderwijs wijst ons erop dat er amper leerlingen van het speciaal onderwijs naar reguliere scholen zijn gedaan. Uit hun Staat van het Onderwijs 2015/2016 blijkt dat in 2016 op 82 procent van de basisscholen er zelfs geen enkele leerling uit het speciaal onderwijs is ingestroomd. En slechts bij 1 op de 30 scholen (3,3 procent) kwam meer dan 1 leerling uit het speciaal onderwijs in een reguliere klas.

Ook uit cijfers van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) blijkt dat het wel meevalt met die toestroom van zorgleerlingen in het reguliere onderwijs. Het aantal leerlingen op het speciaal onderwijs tussen 2014 en 2017 nam af van 31000 tot 28000. Dat zijn dus 3000 leerlingen minder op het speciaal onderwijs. Dat lijkt veel, maar verdeeld over alle 7000 basisscholen in Nederland is dat nog geen halve leerling per school.

Ja, maar had die leerkracht daar voorheen geen hulp bij van bijvoorbeeld klassenassistenten?

Dit horen we veel van leerkrachten: ze zouden vooral behoefte hebben aan extra handen in de klas en die zouden met passend onderwijs massaal zijn verdwenen. Klopt dat? We pakken de cijfers erbij. DUO houdt van alle scholen het aantal personeelsleden bij, onderverdeeld naar docenten, onderwijsondersteunend personeel en directie. De ‘handen in de klas’, zoals intern begeleiders, remedial teachers en onderwijsassistenten vallen onder het ‘onderwijsondersteunend personeel’. En wat blijkt: dat aantal is helemaal niet afgenomen maar zelfs toegenomen sinds de invoering van passend onderwijs.

Toch betekent dat niet perse dat het aantal handen in de klas dus ook is toegenomen. Conciërges en administratief medewerkers bijvoorbeeld, vallen ook onder deze noemer. In theorie kan het dus zo zijn dat veel ‘handen in de klas’ nu administratief werk doen, dat kunnen we niet uit deze cijfers halen. Daarom vragen we DUO of ze de cijfers ook op kunnen splitsen naar subcategorieën zoals conciërges, remedial teachers, etcetera. Nee, schrijft DUO: ‘Bij DUO zijn geen gegevens bekend van de subgroepen. Helaas kunnen we u niet verder helpen.’ We moeten dus een slag om de arm houden, maar het lijkt erop dat de ‘handen in de klas’ dus niet massaal zijn verdwenen.

Hoe zit het dan met het geld? Was passend onderwijs geen bezuiniging?

lees ook: Raadsel waar scholen 2,4 miljard voor passend onderwijs aan besteden zondag 20 augustus Nee. In eerste instantie was het de bedoeling dat passend onderwijs gepaard zou gaan met een bezuiniging. Maar dat plan is op het laatste moment afgeblazen. Er gaat dus net zoveel geld naar leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte als voor de invoering van passend onderwijs. Ook dat is dus geen verklaring voor de ervaren toegenomen werkdruk bij leerkrachten.

Oke, maar waar wordt dat geld dan aan besteed?

Dat is de belangrijkste vraag. Waar belandt de 2,4 miljard die jaarlijks wordt uitgetrokken voor passend onderwijs? Wordt het anders besteed dan voorheen? Dat vroeg de Algemene Rekenkamer zich ook af. Maar die concludeert na uitgebreid onderzoek van onder meer de jaarverslagen van scholen dat we geen idee hebben of het geld dat voor zorgleerlingen bedoeld is daar wel terecht komt. Scholen hoeven dit niet te registreren en doen dit vaak ook niet.

Lees het artikel dat we eerder publiceerden over het onderzoek van de Algemene Rekenkamer.

We weten dus heel veel niet. Zijn er ook nog dingen die we wèl weten?

Het is moeilijk om één verklaring te vinden voor de veelheid aan negatieve reacties over passend onderwijs. Maar wat we wel weten is dit: we spreken tot nu toe over landelijke gemiddelden, maar wat zeggen die over de problemen waar individuele scholen mee kampen? Niets natuurlijk.

Sinds de invoering van passend onderwijs werken scholen samen in regionale samenwerkingsverbanden. Daar worden afspraken gemaakt over de ondersteuning die reguliere scholen moeten bieden en welke leerlingen beter af zijn in het speciaal onderwijs. We stuiten op grote verschillen tussen deze samenwerkingsverbanden in financiële armslag en het aantal leerlingen dat naar het speciaal onderwijs gaat.

Het ene samenwerkingsverband heeft dus meer geld dan het andere. Hoe zit dat?

We hadden al vastgesteld dat er landelijk evenveel geld naar leerlingondersteuning gaat als voor de invoering van passend onderwijs. Maar dat geld is opnieuw verdeeld. Daarbij is er vanuit gegaan dat overal in Nederland evenveel kinderen wonen met een extra ondersteuningsbehoefte. Samenwerkingsverbanden krijgen dus allemaal evenveel geld, naar rato van het aantal leerlingen. Scholen die vóór de invoering van passend onderwijs meer geld uitgaven aan leerlingondersteuning – bijvoorbeeld omdat zij relatief veel kinderen op het dure speciaal onderwijs hadden zitten – moeten nu dus fors geld inleveren. Andersom krijgen scholen die voorheen minder uitgaven dan het gemiddelde, er nu juist geld bij. Dit kan gaan om miljoenen per samenwerkingsverband.

En wat is het gevolg van die verschillen tussen samenwerkingsverbanden?

Dat is moeilijk te zeggen. De Algemene Rekenkamer wijst op het risico dat beslissingen niet meer in eerste instantie worden genomen in het belang van een kind, maar eerder vanuit een financieel belang. Voorbeeld: een plek op het speciaal onderwijs is veel duurder dan op een reguliere school. Samenwerkingsverbanden met weinig geld hebben er dus belang bij minder kinderen naar het speciaal onderwijs te sturen.

En blijkt dat ook uit de praktijk?

We stelden al vast dat een gemiddelde basisschool er een halve leerling uit het speciaal onderwijs bij heeft gekregen tussen 2014 en 2017. Maar wie inzoomt op de verschillende samenwerkingsverbanden ziet grote verschillen. In Samenwerkingsverband IJssel | Berkel (Zutphen en omgeving) nam het aantal leerlingen op het speciaal onderwijs in dezelfde periode met ruim een derde af, terwijl Almere juist een toename laat zien van meer dan 20 procent. Toeval of niet: IJssel | Berkel moet door de nieuwe verdeling geld inleveren, Almere krijgt er juist geld bij.

Volgens Luuk van Aalst, directeur van het samenwerkingsverband IJssel | Berkel is er overigens geen verband tussen de sterke afname van het aantal leerlingen dat binnen zijn samenwerkingsverband naar het speciaal onderwijs gaat en het feit dat hij geld in moet leveren. ‘Wij hadden op minder daling gerekend dan het uiteindelijk is geworden.’

Die verschillen tussen samenwerkingsverbanden zijn dus de oorzaak van de toegenomen werkdruk?

Deels misschien. Het verklaart wellicht waarom de invoering van passend onderwijs in de ene regio als belastender wordt ervaren door leerkrachten dan in de andere.

Maar er zijn dus nog meer oorzaken?

Jazeker, we krijgen nog veel meer antwoorden op deze vraag. Zo zou passend onderwijs een grote bureaucratische rompslomp met zich meebrengen bij veel samenwerkingsverbanden en zouden scholen het geld voor passend onderwijs besteden aan andere zaken. Maar er zijn vast nog meer oorzaken.

Bekijk hier de uitzending over Passend onderwijs.

Verkenning Research Opnames Uitzending

Onderwijs

Uitzending

Vanavond in De Monitor: Moeten vrijstellingen van de leerplicht afgeschaft worden? Om 21.25 uur op NPO2.

Deel jouw ervaring 153 andere artikelen in onderzoek

1937 tips

ontvangen

54 experts gesproken

Een vrijstelling van de leerplicht voor je kind? En wat dan? Zijn er voldoende mogelijkheden om je kind toch onderwijs en begeleiding te geven?

Dit artikel is geschreven door:

Sietze van Loosdregt Redacteur

Sietze van Loosdregt komt van het platteland. En dat zie je terug zijn werk. Zo maakte hij voor De Monitor uitzendingen over megastallen, de Q-koorts en windmolens. Maar ook over sociaal maatschappelijke thema’s als het onderwijs en de sociale dienst. Hij begon zijn werk in Hilversum bij het actualiteitenprogramma Netwerk, en werkte daarna onder meer voor de discussieprogramma’s Rondom 10 en Debat op 2.

Lees verder
@sietze_1

Deel dit artikel

Meer artikelen in dit onderzoek

Toon meer

Meer weten?

Steeds meer kinderen met fysieke- of psychische problemen, zoals autisme en hoogbegaafdheid, krijgen een vrijstelling van de leerplicht. Dat betekent als kinderen niet leerbaar zijn. Maar het schij...
Alles over dit onderzoek