Voortslepend burenconflict: ‘De gemeente heeft ons allebei jarenlang aan het lijntje gehouden!’

zondag 05 maart 2017 Leestijd: 5 min.

Vincent Milder wijst foto's aan van hoe zijn bedrijf er vroeger uit zag /

Anne de Blok

Verslaggever

anne.deblok@kro-ncrv.nl

zondag 05 maart 2017 Leestijd: 5 min.

Het is een haast onwaarschijnlijk verhaal. Want hoewel familie Hendriks alle rechtzaken wonnen, de Milieu-inspectie én de Nationale Ombudsman in hun strijd aan hun zijde vonden, bleef hun gemeente koste wat het kost proberen de ‘illegale’ bedrijfsactiviteiten van hun buurman alsnog te legaliseren. Nu, ruim twintig jaar later, is het conflict nog steeds niet beslecht. We vragen de eigenaar van het bedrijf, Vincent Milder, naar zijn kant van het verhaal.

Het lijkt zo voor de hand te liggen. Als jouw buurman of buurvrouw iets doet wat niet mag, dan grijpt de overheid in. De praktijk blijkt echter anders, merken we aan de mails die we binnen krijgen in het dossier ‘Lokaal bestuur’. Het is namelijk niet vanzelfsprekend dat de gemeente meteen handhavend optreedt; de gemeente moet eerst onderzoeken of de illegale situatie alsnog gelegaliseerd kan worden. En dat leidt vaak tot veel onbegrip bij de burger die last heeft van de overtreding.

lees ook: Advocaat gedupeerde burgers: 'Gelijk hebben is iets anders dan gelijk krijgen' vrijdag 03 maart

Hoe frustrerend dat kan zijn voor de burger, merken we ten volle als we een aantal weken terug bij de familie Hendriks langs gaan. Zij hebben sinds 1994 veel overlast van het tuincentrum achter hun huis dat steeds meer begint te lijken op een grondverzetbedrijf. Geen tuinplanten sieren daar het terrein, maar grote bulten zand, grind en straatstenen die met shovels en vrachtwagens aan- en afgevoerd worden domineren het uitzicht. Omdat het exploiteren van een grondverzetbedrijf in strijd is met het dan geldende bestemmingsplan, vragen ze de gemeente in 1998 om in te grijpen. Maar die weigert.

Onduidelijke vergunning

Volgens Vincent Milder, de eigenaar van het tuincentrum, komt dat doordat er een misvatting was over het type bedrijf dat Milder daar werkelijk runde. ‘De familie Hendriks beweerde dat ik een illegaal grondverzetbedrijf aan het opzetten was, maar het was een bedrijf in grove tuinartikelen voor consumenten. Dan heb je het inderdaad over grote hoeveelheden zand, grind en straattenen waarmee tuinen kunnen worden aangelegd. En daar horen inderdaad machines bij die voor overlast kunnen zorgen. Maar dat is iets anders dan een grondverzetbedrijf. Bovendien, de gemeente wist ervan. Zij hebben mij daar zelfs een vergunning voor gegeven.’ Milder pakt de vergunning erbij en laat ‘m aan ons zien, alsmede een ondertekende verklaring van de toenmalige wethouder. Daarin staat inderdaad dat Milder kan rekenen op de volledige medewerking van het college van Burgemeester en Wethouders om te komen tot een tuincentrum, ‘waaronder wordt verstaan handel in siertenen, tuinartikelen, potgrond e.d.’

Toch ontstaat er verwarring over wat er nu precies vergund is. Zulke grote hoeveelheden zand, grind en straattenen kun je toch niet meer een ‘tuincentrum’ noemen, stelt de familie Hendriks. De familie gaat daarom in beroep tegen het besluit van de gemeente om niet te handhaven en wordt in het gelijk gesteld door de rechtbank. Het bedrijf van Milder is wel degelijk in strijd met het geldende bestemmingsplan en de rechtbank draagt de gemeente daarom op binnen twee maanden een nieuw besluit te nemen waarbij de gemeente met name moet onderzoeken of Milder een tuincentrum heeft of een grondverzetbedrijf. Het college kondigde daarentegen aan dat er een nieuwe bestemmingsplan in procedure zou worden gebracht om het bedrijf alsnog te legaliseren. Tot verbazing van familie Hendriks. Zij stelde daarom wederom beroep in. Dit keer bij de Raad van State. En wederom krijgen ze gelijk: het voorontwerp van het nieuwe bestemmingsplan biedt geen basis voor het oordeel dat de bedrijfsactiviteiten van Milder gelegaliseerd kunnen worden, aldus de hoogste rechter.

'Het college kondigde aan dat er een nieuwe bestemmingsplan in proceduren zou worden gebracht om het bedrijf alsnog te legaliseren'

Schadeclaim

Opgelucht haalt de familie Hendriks even adem, maar dat blijkt niet van lange duur. De gemeente besluit namelijk het vonnis naast zich neer te leggen en een nieuw traject in te zetten om het bedrijf alsnog te legaliseren. Door een vrijstelling op het huidige bestemmingsplan aan te vragen bij de provincie proberen ze de bedrijfsactiviteiten van Milder alsnog doorgang te laten vinden. Milder: ‘Ik begrijp dat dat frustrerend is voor de familie Hendriks, maar de gemeente had mij toegezegd dat ik een bedrijf in grove tuinartikelen kon starten en ze hebben mij daar ook een vergunning voor gegeven. Ik heb duizenden euro’s geïnvesteerd om überhaupt daar te beginnen. Als dan opeens de omschrijving van de vergunning niet duidelijk genoeg is, dan is dat niet mijn probleem, maar een probleem van de gemeente. Ik denk dat ze dan ook bang waren voor een schadeclaim vanuit mijn kant.’

Maar óók provincie Gelderland wil het verzoek van de gemeente om het bestemmingsplan te wijzigen niet inwilligen. En hoe de gemeente ook tegensputtert - ze gaan in bezwaar, en later zelfs in beroep tegen het besluit van de provincie – het mag niet baten. In 2003 moet Milder zijn biezen pakken en vertrekken. Tot groot ongenoegen van Milder die in zijn beleving al die tijd een worst is voorgehouden door de gemeente. ‘De gemeente beloofde keer op keer weer dat het goed zou komen. Dat ik mij geen zorgen zou hoeven te maken. Toen het daarentegen ook klapte bij de provincie, werd ik opeens de boeman. Ik kreeg te maken met dwangsommen en ze wilden ook dat ik de loods zou afbreken. Dat laatste heb ik niet gedaan, want waarom zou ik een goede loods afbreken? De bedrijfsactiviteiten had ik immers al verplaatst en daar ontstond het conflict aanvankelijk over.’

'Ik denk dat de gemeente bang was voor een schadeclaim vanuit mijn kant.'

Vincent Milder, de achterbuurman van de familie Hendriks

Vernietigend oordeel

Maar de familie Hendriks laat het er niet bij zitten. Gesterkt door het gevoel van onrecht dat hen is aangedaan, besluiten ze de Milieu-inspectie en de Nationale Ombudsman in te schakelen. En het oordeel is vernietigend: ‘In deze kwestie draait alles om het uitblijven van handhavend optreden door het college van Burgemeester en Wethouders van Lingewaard. (…) De gemeente heeft langdurig ten onrechte afgezien van handhaving en de overlast veroorzakende situatie gedoogd. (…) Duidelijk is in elk geval dat de schade en het leed bij verzoekster en waarschijnlijk ook bij Milder veel groter is geworden dan nodig is geweest,’ aldus het rapport van de Nationale Ombudsman uit 2009.

'De gemeente heeft langdurig ten onrechte afgezien van handhaving en de overlast veroorzakende situatie gedoogd.'

Uit: Rapport Nationale Ombudsman (2009)

Oprechte excuses en een gepaste financiële compensatie krijgen Milder en de familie Hendriks echter niet van de gemeente. De familie Hendriks lijkt daardoor gebrand om tot het gaatje te gaan en dienen een nieuw verzoek in tot handhaven, omdat de loods op het terrein van Milder tevens niet voldoet aan de destijds verstrekte bouwvergunning. De deur zit namelijk aan de verkeerde kant en de loods is feitelijk te klein gebouwd. De gemeente probeert het conflict vervolgens alsnog te beslechten door te schikken middels een mediationtraject, maar ook dat klapt na twee jaar onderhandelen. Milder: ‘Ik kan niet ingaan op wat er precies in dat mediationtraject is gezegd, dat is geheim, maar ik kan je zeggen dat de familie Hendriks een erg royaal aanbod is gedaan. Maar Hendriks wilde geen vinger, geen hand, maar mijn hele arm uit mijn lijf trekken. Daar heb ik voor gepast.’

Inmiddels is men 23 jaar verder en nog steeds is de situatie niet naar tevredenheid van alle partijen opgelost. Milder: 'Doordat het mediationtraject strandde, moest de gemeente alsnog overgaan op handhaven. Het was of de loods afbreken, of aanpassen volgens de voorschriften van de bouwvergunning. Anders kreeg ik een dwangsom aan mijn broek. Dat laatste ben ik nu nu aan het doen. Volkomen onzinnig natuurlijk, want die loods ga ik verder helemaal niet gebruiken. Ik ben hier al ruim tien jaar weg met mijn bedrijf! Ik gebruik ‘m daarom maar als garage voor mijn auto.’ Milder laat ons de loods zien, die er inderdaad behoorlijk verlaten bij staat. Milder: ‘En weet je wat ik nog het ergste vind, dit had allemaal niet hoeven gebeuren als de gemeente in eerste instantie de zaken goed geregeld had. Soms denk ik wel eens: waar zijn we in godsnaam in verzeild geraakt? Laten we alsjeblieft verder gaan met ons leven en plezier maken. Maar de gemeente heeft ons allebei jarenlang aan het lijntje gehouden.’

Oproep

We hebben inmiddels contact gelegd met de gemeente Lingewaard om hun kant van het verhaal te horen. Ondertussen gaan we verder met ons onderzoek. Hoe gaan gemeenten om met hun handhavingstaak? Heb je een ervaring waar je ons attent op wil maken? En kun je die onderbouwen met bewijs? Laat het ons weten op tip insturen.

Lees meer over

Overheid en bureaucratie Lokaal bestuur
Verkenning Research Opnames Uitzending

536 tips

ontvangen

Ervaringsdeskundigen

gezocht

Dit artikel is geschreven door:

Anne de Blok

Deel dit artikel

Meer artikelen in dit onderzoek

Toon meer

Meer weten?

Gemeentes en provincies hebben veel invloed op onze leefomgeving, maar de controle daarop staat onder druk en dat leidt mogelijk tot meer misstanden. Wij willen hier meer over te weten komen.
Alles over dit onderzoek