Werk en inkomen / Tweede kans voor gedetineerden

Reactie minister Sander Dekker voor Rechtsbescherming

zondag 10 maart 2019 Leestijd: 5 min.

Sander Dekker, minister voor Rechtsbescherming / ANP Foto

Alje Kamphuis

Verslaggever

Sietze van Loosdregt

Redacteur

zondag 10 maart 2019 Leestijd: 5 min.

In de uitzending Tweede kans voor gedetineerden van 10 maart 2019 is een korte reactie van minister Sander Dekker voor Rechtsbescherming te zien op het idee om het aantal kortgestraften terug te brengen. Dit zou mogelijk recidive en schade door criminaliteit kunnen verminderen. Hier kun je al onze vragen die we het ministerie stelden en de antwoorden lezen.

In het rapport van de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) uit 2016 wordt het volgende gezegd: “Er is dus alle aanleiding om het aantal korte vrijheidsstraffen waar mogelijk te vermijden”. Wat heeft het ministerie gedaan met dit advies? Is inmiddels duidelijk of het aantal kortgestraften terugloopt?

Via deze link zijn cijfers over 2017 te vinden: https://www.dji.nl/binaries/DJI%20in%20getal%202013-2017%20definitief_tcm41-350484.pdf

De rechter bepaalt in Nederland welke straf wordt opgelegd, op vordering van het Openbaar Ministerie. De rechter kan hierbij kiezen uit een aantal straffen. De belangrijkste straffen zijn een boete, een taakstraf, een voorwaardelijke vrijheidsstraf met elektronisch toezicht en gevangenisstraf. De rechter kan ook maatregelen opleggen. Daaronder valt bijvoorbeeld ontneming van geld dat door het misdrijf is verkregen, het betalen van schadevergoeding of – de meest ingrijpende – tbs.

De Minister voor Rechtsbescherming is verantwoordelijk voor de tenuitvoerlegging van sancties. Dit kabinet treft verschillende maatregelen tbv re-integratie, ook voor kortgestraften.

In de visie op gevangenisstraffen heeft de minister voor de zomer van 2018 extra stappen aangekondigd om re-integratie van ex-gedetineerden al tijdens de gevangenisstraf te laten starten. Bij binnenkomst in detentie wordt een gedetineerde zo snel en volledig mogelijk  gescreend. Deze screening van gedetineerden door DJI wordt uitgebreid door relevante informatie van andere partijen, zoals de reclassering, te betrekken. Maatwerk staat hierbij centraal. Ook gedetineerden die maar kort in detentie zitten komen hiervoor in aanmerking. Daarbij is ook aandacht voor eventuele beperkingen, zoals een licht verstandelijke beperking. De samen met de gedetineerde vastgestelde doelen worden opgenomen in een persoonlijk detentie- en re-integratieplan. Zo’n plan wordt na binnenkomst voor iedere gedetineerde opgesteld en bevat concrete acties gericht op zowel goed verloop van de gevangenisstraf, als het werken aan een succesvolle re-integratie na detentie.

In een reactie op het RSJ-rapport uit 2017 schrijft minister Blok op 4 oktober 2017: “Daarom bereid ik een wijziging van het Besluit justitiële en Strafvorderlijke Gegevens (BJSG) voor op grond waarvan gegevens over het begin en einde van detentie van gedetineerden aan de gemeenten van terugkeer kunnen worden verstrekt.” Wat is er met deze toezegging gebeurd?

Het gewijzigde BJSG treedt naar verwachting rond de zomer 2019 in werking.

In dezelfde brief schrijft de minister het volgende: “Ik verken daarom momenteel of gegevens over de vijf basisvoorwaarden, die gedurende de detentie bekend worden, met toestemming van de gedetineerde kunnen worden uitgewisseld tussen Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) en gemeenten.” Is deze uitwisseling van gegevens inmiddels mogelijk?

Ja. Dat geschiedt door invulling van het formulier voor toestemming van gegevensdeling. Daarnaast zal de gegevensdeling tussen partijen onderling wettelijk worden geregeld in een Algemene Maatregel van Bestuur. In deze AMvB, die een uitvloeisel is van het wetsvoorstel Straffen en Beschermen, wordt geregeld welke informatie op de vijf basisvoorwaarden tussen partijen mag worden gedeeld. De AMvB treedt in werking zodra het wetsvoorstel Straffen en Beschermen in werking treedt. Beoogde inwerkingtreding is  1 januari 2021.

Minister Blok schrijft ook: “Ik laat daarom onderzoeken wat de personele, organisatorische en financiële consequenties zijn van een zo vroeg mogelijke screening na binnenkomst in detentie en het invoeren van meer maatwerk in het re-integratieproces.” Wat is er gebeurd met deze belofte?

In de visie Naar effectievere gevangenisstraffen ‘Recht doen, kansen bieden’ is als maatregel opgenomen dat het screenen van gedetineerden wordt verbeterd. Dat is nodig om een duidelijker beeld te kunnen krijgen van de gedetineerde en een persoonsgericht detentie- en re-integratieplan te kunnen maken. In 14 penitentiaire inrichtingen loopt momenteel een test ‘integrale intake’ om de screening op een efficiëntere manier te organiseren.

In zijn derde aanbeveling in de brief heeft de minister het over pilots in 2016 in de Penitentiaire Inrichting (PI) van Sittard en Alphen: “Op grond van de positieve resultaten van deze pilots wordt deze werkwijze de komende periode landelijk uitgerold.” Over welke pilots gaat het hier precies? En is deze werkwijze inmiddels landelijk toegepast? 

In de PI’s Sittard en PI Alphen kregen medewerkers van de Reclassering een werkplek in de gevangenis. De resultaten van deze pilots waren positief. Door aanwezigheid in de PI kon de reclassering door snelle screening en advisering een bijdrage leveren aan het Detentie &Re-integratie-plan en werden gedragsinterventies sneller uitgevoerd. Inmiddels zijn in elke PI reclasseringswerkers aanwezig voor screening en advisering. De manier waarop dat wordt ingevuld verschilt per PI. De experimenten worden de komende periode uitgebreid, onder andere om beter zicht te krijgen op de vraag welke groep gedetineerden het meeste baat heeft bij inzet van de reclassering en hoe de samenwerking met de casemanagers van de PI’s het beste kan worden vormgegeven.

Volgens het bericht ‘ICT gegevensuitwisseling ex-gedetineerden toe aan vervanging’ uit december 2017 van de Vereniging Nederlandse Gemeenten zouden de DJI, gemeenten en het ministerie van Justitie en Veiligheid bezig zijn met het ontwikkelen van een nieuwe werkwijze voor de gegevensuitwisseling van ex-gedetineerden. Ik ben benieuwd naar hoe dit traject ervoor staat. In het bericht staat dat in het derde kwartaal van 2018 resultaten zouden worden opgeleverd. Zijn die beschikbaar?

Ondersteuning door de gemeente staat of valt met de kennisgeving van een detentie. Dit stelt de gemeente altijd in staat om met haar gedetineerde burgers in contact te treden. De melding wordt door DJI gedaan aan de gemeente waar de persoon staat ingeschreven in de Basis Registratie Personen (BRP). Zo weet een gemeente dat iemand in detentie zit, waar iemand in detentie zit en wanneer hij of zij naar verwachting vrijkomt. Deze meldingen zijn juridisch geregeld in het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens (Bjsg). Dat besluit treedt medio 2019 in werking.

De PI waar de gedetineerde burger verblijft, stuurt aan de gemeente een informatieblad indien de gedetineerde om ondersteuning vraagt bij het regelen van een of meerdere van de vijf basisvoorwaarden. In het informatieblad is ook de mogelijkheid opgenomen voor een vraag om ondersteuning bij zorg voor thuiswonende kinderen (kind-check) of andere zorgbehoevenden. De gedetineerde heeft dan een toestemmingsverklaring ingevuld voor het verstrekken van die gegevens. Het informatieblad bevat een beperkt aantal gegevens over zijn of haar vijf basisvoorwaarden. Het zijn de minimale gegevens die de gemeente nodig heeft om keuzes te maken over het aanbieden van ondersteuning. 

Na ontvangst kan de gemeente voor het bespreken van de hulpvraag contact opnemen met de gedetineerde; hetzij direct hetzij via de casemanager.

Deze werkwijze is in nauwe samenspraak tussen DJI en gemeenten ontwikkeld, en in het bijzonder met de Taskforce Gegevensverwerking Detentie en Terugkeer waarin verschillende gemeenten zijn vertegenwoordigd.

Er bestaat een bijdrageregeling ‘Begeleiden (ex-)gedetineerden voor Wonen en Werken’. Hoeveel en welke gemeenten hebben sinds 2014 gebruik gemaakt van deze regeling.

Om in aanmerking te kunnen komen voor een bijdrage, geldt een aanvraagdrempel van €5.000. Dit betekent dat veel gemeenten in gezamenlijkheid een aanvraag indienen om aan het drempelbedrag te komen. Voor de jaren 2017, 2018 en 2019 zijn resp. 45, 45 en 49 aanvragen ingediend. Hiermee is voor resp. 295, 291 en 294 gemeenten de bijdrage aangevraagd. Dit betekent dat jaarlijks door ruim 75% van alle Nederlandse gemeenten, al dan niet samen met andere gemeenten, gebruikt wordt gemaakt van de regeling.

Hoeveel voorstellen werden er sindsdien ingediend? Welke voorstellen zijn dit en om wat voor hulp gaat het?

Gemeenten ondersteunen hun gedetineerde burgers bij het op orde krijgen van de vijf basisvoorwaarden voor een goede terugkeer in de samenleving. Het zijn diensten die gemeenten aan iedere burger beschikbaar stellen. Tijdens detentie kunnen gemeenten ook burgers in detentie toegang geven tot deze gemeentelijke diensten.

De bijdrage geeft gemeenten zoveel mogelijk ruimte om te bepalen welke trajecten op het terrein van de vijf basisvoorwaarden zij willen inzetten voor hun doelgroep. Uitgangspunt is de gemeentelijke (beleids)autonomie: zij bepalen welke trajecten passen binnen het gemeentelijk nazorgbeleid. De gemeente kan het beste beoordelen welke trajecten noodzakelijk zijn voor ex-gedetineerden die zich vestigen in de desbetreffende gemeente.

In de aanvragen voor 2017, 2018 en 2019 geven gemeenten aan naar verwachting 1900, 2151 en 2201 trajecten te kunnen aanbieden. Deze trajecten liggen allemaal op het terrein van de vijf basisvoorwaarden en bestaan o.a. uit voorlichting door de gemeente tijdens detentie, het kunnen uitreiken van ID-bewijzen tijdens detentie, arbeidstoeleiding, dagbesteding na detentie of 24-uurs woonvoorzieningen. Een voorbeeld van het laatste is bijvoorbeeld een aandeel dat gemeenten nemen in Prisongate Office.  

 

Verkenning Research Opnames Uitzending

Tweede kans voor gedetineerden

Opnames

Deel jouw ervaring 19 andere artikelen in onderzoek
Uitzending is geweest op zondag 10 maart 22:40u, NPO2

56 tips

ontvangen

Dit artikel is geschreven door:

Alje Kamphuis Verslaggever
Alje Kamphuis is een verhalenverteller. In zijn reportages staan de mensen centraal. Een groot deel van zijn loopbaan maakte hij bijdragen voor de achtergrondprogramma's Netwerk, Brandpunt en Kruispunt. Alje is auteur van de biografie├źn van tafeltennisster Bettine Vriesekoop en actrice Sylvia Millecam en schreef een boek over zelfdoding.
Lees verder
@aljekamphuis

Deel dit artikel

Meer artikelen in dit onderzoek

Toon meer

Meer weten?

Ieder jaar worden er in Nederland zo'n 35.000 gedetineerden vrijgelaten. Eenmaal buiten de poort is het vaak lastig om aan een baan of een woning te komen. Het risico op recidive wordt hierdoor ver...
Alles over dit onderzoek