Gezondheid en zorg / Kindermishandeling

Psychotherapeut: ‘Huidige aanpak kindermishandeling niet gericht op snelle en passende hulp’

donderdag 16 maart Leestijd: 3 min.

Psychotherapeut: 'Huidige aanpak kindermishandeling is niet gericht op snelle en passende hulp.' Foto: ANP /

Josselin Gordijn

editor

donderdag 16 maart Leestijd: 3 min.

Als je ons onderzoek over kindermishandeling gevolgd hebt, zal het je niet ontgaan zijn dat veel verschillende instanties zich bezighouden met de aanpak van kindermishandeling. Veilig Thuis, de Raad voor de Kinderbescherming, wijkteams, gezinsvoogden, de politie; iedereen levert vanuit hun professie een eigen deel bij aan onderzoeken naar kinderen in onveilige situaties. Zoveel organisaties, werkt dat wel?

Volgens psychotherapeut en orthopedagoog Sander van Arum zou dit werken, zolang er door de organisaties onderling goed wordt samengewerkt. En dat gebeurt nog onvoldoende. ‘Doordat het huidige systeem niet gericht is op samenwerken, gaat er belangrijke informatie verloren. Informatie die gaat over de veiligheid van kwetsbare kinderen. Informatie die nodig is om onderzoeken naar kindermishandeling zo nauwkeurig mogelijk uit te voeren. En op basis daarvan passende hulp te bieden.’

Van Arum is ruim 20 jaar werkzaam in dit vakgebied, onder andere als psychotherapeut en orthopedagoog. Hij is expert op het gebied van integrale aanpak van onder andere kindermishandeling en medeontwerper van het triagesysteem van Veilig Thuis, de organisatie die meldingen van kindermishandeling moet onderzoeken Met het triagesysteem kunnen medewerkers van Veilig Thuis inschatten of een binnengekomen melding verder onderzocht moet worden door hen of dat het wordt doorgestuurd naar een wijkteam.

Informatie over de schutting

Van Arum: ‘Ik zie regelmatig in de praktijk dat de ene organisatie onbegrijpelijke informatie over een casus bij de andere organisatie over de schutting gooit. Als alle organisaties dezelfde vaktaal zouden spreken zou dit geen probleem zijn, maar dat is natuurlijk niet zo. De politie bijvoorbeeld spreekt in andere termen dan een instantie als Veilig Thuis. Het is dus vaak moeilijk voor zo’n organisatie om de informatie die ze krijgen direct en makkelijk te gebruiken. Ook schuiven organisaties de verantwoordelijkheid voor goede hulp soms op elkaar af.'

Een ander probleem dat er volgens Van Arum tussen organisaties speelt, is privacy. ‘Vanwege privacyredenen mogen organisaties niet alle informatie die ze hebben met elkaar delen. Zo krijg je dus onvolledige informatie waarop wel conclusies van onderzoeken naar vermeende kindermishandeling moeten worden gebaseerd.’

De informatiestromen moeten dus goed geregeld zijn. ‘Als dit niet het geval is, zijn de conclusies niet betrouwbaar’, zegt Van Arum.

‘Organisatienetwerkprobleem’

‘En als er vervolgens hulp wordt ingezet om de veiligheid te herstellen in een gezin, worden kinderen en hun familie nog steeds rondgepompt in de keten van organisaties. Ze moeten langs veel verschillende loketjes om geholpen te worden. Ik noem dit ook wel een ‘organisatienetwerkprobleem’. Voor gezinnen die te maken hebben met al deze organisaties, is de werkwijze vaak niet te begrijpen. Waarom moeten ze zo vaak, bij zoveel verschillende instanties, hun verhaal doen?’

Oplossingen voor dit ‘organisatienetwerkprobleem’ zijn er volgens van Arum wel. ‘Er bestaat een zogenaamde MDA++-aanpak; wat staat voor multidisciplinaire aanpak. Bij zo’n aanpak zitten meerdere professionals, als medewerkers van Veilig Thuis, het buurtteam, psychologen en gedragsdeskundigen vanaf het eerste moment samen om tafel om een casus te overleggen. Bij ernstige geweldszaken schuiven ook de politie en de officier van justitie aan. Wanneer al deze professionals naar een casus kijken, krijg je een vollediger beeld dan wanneer eerst één expertise ernaar kijkt en dan de andere. Bovendien is het voor organisaties prettiger om samen te werken als ze letterlijk tegenover elkaar zitten en in klinkklare taal met elkaar kunnen communiceren.’

Hoe doen ze dit in het buitenland?

‘In sommige delen van Nederland zijn organisaties al begonnen volgens de MDA++ aanpak, maar lang nog niet in heel Nederland,’ zegt Van Arum. ‘Om samenwerken belangrijker te maken dan het belang van de eigen organisatie, is een grote omslag in denken nodig. Dat zal zeker niet vanzelf gaan.’ In het buitenland zijn ze al een stukje verder dan in Nederland. Van Arum: ‘In Amerika heb je de zogenoemde Child Advocacy Centers (CAC’s) en de Scandinavische landen kennen het ‘Barnahus’. In deze centra, waar alle benodigde professionals onder één dak samenkomen, kunnen kinderen op dezelfde plaats worden onderzocht en gehoord. De lijntjes tussen de verschillende organisaties zijn kort, wat zowel voor de professional, als voor het kind een uitkomst is.’ Door een dergelijke gezamenlijke start en een gezamenlijk gemaakt plan vallen de gezinnen niet meer tussen wal en schip. Dit zorgt voor snellere en gerichtere hulp. En, niet onbelangrijk, voor minder hermeldingen en dus minder drukte bij Veilig Thuis.’

In heel Nederland bestaat er één dergelijk concept: het Multi Disciplinair Centrum Kindermishandeling (MDCK) in Hoofddorp. Voor ons dossier brachten wij een bezoek aan dit centrum. Benieuwd? Zie het hier.

Uitzending

Aanstaande zondag in De Monitor: Hoe gedegen wordt er onderzoek gedaan naar kindermishandeling? Kijk om 22:35 uur naar NPO 2. Reageren? Mail naar tip insturen.

Dit artikel is geschreven door:

Josselin Gordijn editor
Lees verder

Deel dit artikel

Meer artikelen in dit onderzoek

Meer weten?

Zo’n 120.000 kinderen in Nederland zijn het slachtoffer van kindermishandeling. Dat zijn ongeveer 533 basisscholen vol. Het oordeel van inspecteurs is iedere keer bedroevend: ‘We hebben onvoldoende gedaan om de veiligheid van dit kind te waarborgen.’ Waarom lukt het instanties niet om de mishandelingen te voorkomen?

Alles over dit onderzoek