Gezondheid en zorg / Vrouwenopvang

Medewerker vrouwenopvang: ‘Soms vertrekken vrouwen weer omdat het thuis nog veiliger is dan hier’

dinsdag 21 maart 2017 Leestijd: 5 min.

Archiefbeeld Dreamstime. /

Willeke Tersteeg

Verslaggever

dinsdag 21 maart 2017 Leestijd: 5 min.

We komen in contact met twee vrouwen die als maatschappelijk werkster in de vrouwenopvang werkzaam zijn. Ze zijn in dienst van twee verschillende instellingen en vertellen over hun ervaring en met name over hun zorgen. ‘Ik vind dat we vrouwen tekort doen. Sommige vrouwen, die bijvoorbeeld gevlucht zijn uit huis voor een gewelddadige partner, gaan toch weer naar huis. Ze vinden het daar nog veiliger dan hier in de opvang.’

(Noot van de redactie: de eerste versie van dit verhaal verscheen op 12 juli 2016. In verband met nieuwe informatie in dit dossier hebben we het artikel geactualiseerd om dit, samen met een herhaalde oproep, nogmaals te plaatsen om verder onderzoek mogelijk te maken.)

De medewerkers mailen ons naar aanleiding van de eerdere publicaties in ons onderzoek Vrouwenopvang. Daarvoor spraken we meerdere slachtoffers, bijvoorbeeld van eerwraak of huiselijk geweld, die in de opvang zitten. Zij vertelden dat zaken als hygiëne, schuldhulpverlening en doorstroming naar eigen woning niet goed geregeld zouden zijn.

Beide medewerkers willen hun verhaal vertellen, mits dit anoniem kan, omdat ze nog werkzaam zijn bij de betreffende instellingen.

Liever terug naar huis

De maatschappelijk werksters vertellen los van elkaar over het bestaan van een angstcultuur binnen hun organisatie. Medewerker 2 legt het uit als volgt: ‘Niemand durft ergens iets van te zeggen tegen de leiding’. ’Je moet je mond houden en doen wat je moet doen. Help ik toch direct die cliënt die in paniek is, dan word ik daar op aangesproken, want ik had ‘echt eerst een afspraak moeten maken’. De bejegening van het personeel naar de cliënten is niet altijd juist, er wordt soms gescholden. Maar ik heb het hier ook meegemaakt dat de leiding op het personeel schold.’

‘Veel mensen hebben een tijdelijk contract en zijn daarom bang om hun baan te verliezen. Iedereen werkt voor zich. Ook wordt er niet altijd goed opgetreden als er bijvoorbeeld drugs wordt gebruikt door cliënten. Hierdoor ontstaan onzekere situaties: de medewerkers en de vrouwen weten niet waar ze aan toe zijn. En er wordt heel veel gebruik gemaakt van ongeschoolde vrijwilligers. Uiteraard bedoelen die het goed, maar als er dan een agressieve cliënt voor ze staat, gebeurt het dat het uitmondt in een vechtpartij.’

‘Het komt er op neer dat er vrouwen zijn die liever terug gaan naar huis, naar hun man die hen slaat, omdat ze zich daar nog veiliger voelen dan in de opvang. Al mijn collega’s doen vreselijk hun best, dat zie ik. Maar als ik ook naar mijzelf kijk, dan kan ik niet anders concluderen dan dat ik tekort schiet. Ik kan niet bieden wat ik zou willen, wat de vrouwen nodig zouden hebben.’

Volgens medewerker 1 ontstaat de angstcultuur inderdaad mede omdat veel mensen een flexcontract hebben en dus zo weer op straat kunnen staan. Ook zij vindt dat deze cultuur ‘ten koste van de zorg aan de cliënten’.

lees ook: Vrouwenopvang Fier vraagt Ombudsman om onderzoek: ‘Wij hebben vrouwen die onder de armoedegrens leven’ maandag 04 juli

‘Moedeloos’

Vorige week brachten we naar buiten dat vrouwenopvang Fier een brandbrief schreef aan De Ombudsman dat zij te veel vrouwen zien die tussen wal en schip vallen. Zij constateren dat vrouwen onder de armoedegrens leven omdat zij door de complexe regelgeving niet verder komen. Fier wil graag dat daar onderzoek naar wordt gedaan. De medewerkers die wij spreken herkennen deze problematiek van de werkvloer.

Medewerker 1: ‘Het klopt dat veel vrouwen met schulden de opvang in komen en er al snel met meer schulden uitgaan. Het is bijna onmogelijk geworden voor ons om die meiden te helpen. Je wordt er moedeloos van. Ik had een meisje onder mijn hoede dat slachtoffer was van een loverboy, ze had een schuld van 5000 euro. Ik moet haar dan uitleggen dat ze daarom geen studiefinanciering kan aanvragen, en dus niet naar school kan en geen opleiding kan genieten.’

Volgens de maatschappelijk werkster krijgen de jonge meiden zo geen goede start. ‘Ik pleit voor meer mogelijkheden om uitzonderingen te maken. Ik denk aan een uitstelregeling voor afbetaling totdat iemand zijn leven weer wat op orde heeft. Maar het is keihard geworden: binnen twee weken wordt er een incasso uitgeschreven. Het treffen van bijvoorbeeld een regeling met een zorgverzekeraar is vaak nog het lastigst.’

Te laat gesignaleerd

Beide medewerkers schetsen een beeld van de vrouwenopvang als een bureaucratisch instituut waar vrouwen alleen op afspraak hulp kunnen krijgen en vooral op zichzelf zijn aangewezen. Kleine problemen zouden alleen maar groter en groter worden omdat ze te laat worden gesignaleerd.

Zo zegt maatschappelijk werkster 2 dat er vaak nog heel wat te regelen valt om bijvoorbeeld schulden te beperken maar komt ze daar door al het papierwerk simpelweg niet aan toe. ‘Je moet er wel op tijd bij zijn, maar ik mag cliënten alleen helpen als ik een afspraak met ze heb. ‘We moeten van minuut tot minuut registreren wat we doen en dat gaat ten koste van de zorg die we kunnen leveren.’ Soms ben ik dagen achter de computer bezig. Bovendien zijn er veel wisselingen onder het personeel en worden dingen daardoor later opgepakt of gesignaleerd.’

‘Dit komt ook omdat ze er bij ons vanuit gaan dat vrouwen alles zelf moeten doen. Dit heeft als gevolg dat sommige dingen te lang gaan lopen. Geldgebrek wordt niet adequaat opgelost. Kleine conflicten lopen uit tot grote conflicten onder vrouwen. In mijn beleving is er in de afgelopen jaren extreem veel veranderd. Als iemand in volledige paniek naar me toekomt, moet ik eigenlijk zeggen: ‘Kom morgen maar terug, ik heb om half 3 tijd voor je’.’

Ook maatschappelijk werkster 1 erkent dat bureaucratie een groot deel van de werktijd opslokt. ‘Bij ons geldt 100% registratie van de gewerkte uren, het is flink complexer geworden. Je bent gemiddeld 1,5 uur per dag uren aan het registreren. Stel je hebt ook nog een vergadering van twee uur, dan blijft er nog maar vier uur over voor alle vrouwen.’

Doorstroom stokt

Volgens medewerker 2 is het ook zorgelijk dat de doorstroom naar begeleid wonen of zelfstandig wonen na de opname heel moeizaam verloopt. Volgens haar komt dit omdat het aanbod heel slecht is in sommige gemeentes. Vroeger waren vrouwen gegarandeerd ‘uit (naar de opvang) en thuis’ (begeleid naar eigen woning) binnen een half jaar, maximaal 9 maanden. Nu is dat standaard veel langer. Dat is niet goed: niet voor de vrouwen, niet voor de kinderen en niet voor vrouwen die moeten wachten tot ze naar ene opvang kunnen.’

Dat beeld schetst ook medewerker 1. ‘De meeste cliënten zaten hier altijd een jaar. Nu is het zeker 1 jaar en 5, of soms wel 8 maanden. Zeker in de grote steden is het heel moeilijk om een woning te vinden. Dus stel, je bent gevlucht uit Amsterdam en zit in Leeuwarden. Dan ben je daarna ingeschreven in Leeuwarden en kan je het vergeten dat je ooit nog terugkeert naar Amsterdam.’

‘We proberen altijd de vrouw terug te laten keren naar haar eigen omgeving, mits dat veiligheidshalve verantwoord is. Lukt dat niet, dan valt het hele sociale netwerk weg van een vrouw. Ze bouwen niet zo snel een nieuw netwerk op en vervallen dan in oude patronen. Ondanks intensieve begeleiding op sociaal en emotioneel vlak, levert de hulpverlening op maatschappelijk vlak dan niks op. En kost het eigenlijk alleen maar heel veel moeite en geld.’

Contact met instellingen voor vrouwenopvang

De medewerkers besloten hun verhaal te delen omdat ze hopen dat de vrouwen het weer beter krijgen in de opvang. ‘Zodat ze hun leven weer beter kunnen vormgeven. Ik kan nu maar half werk leveren en dat wil je niet.’

We mochten de gesprekken alleen anoniem optekenen. Dit maakt het halen van wederhoor voor ons moeilijk. Toch willen we ook het bestuur van instellingen voor vrouwenopvang aan het woord laten. Er is al meerdere malen goed contact geweest met diverse organisaties. In een later stadium zullen we hen ook alle bevindingen in ons onderzoek voorleggen.

Ondertussen gaat onze research verder. We willen in kaart brengen of het klopt dat vrouwen veel langer in de opvang blijven dan nodig, of zelfs goed voor ze is. Bestaat er echt een angstcultuur in sommige instellingen en wat betekent dit voor de kwaliteit van zorg die geleverd wordt aan de vrouwen? We komen graag in contact met mensen die in de opvang werken en ons kunnen helpen met deze vragen. Of heb je zelf in de opvang gezeten, of kon je er niet terecht omdat het vol was? Mail ons dan: tip insturen of gebruik ons tipformulier hieronder:

[TIP text=Werk jij in de vrouwenopvang? Deel jouw ervaring!]

Gezondheid en zorg / Vrouwenopvang

Werk jij in de vrouwenopvang en maak je je zorgen over de kwaliteit van dienstverlening?

Deel jouw ervaring

Willeke Tersteeg

Verslaggever

Deel jouw ervaring

Dit artikel is geschreven door:

Willeke Tersteeg

Deel dit artikel

Meer artikelen in dit onderzoek

Meer weten?

De afgelopen maanden komen er meerdere berichten naar buiten dat kwetsbare vrouwen (en hun kinderen) niet de noodopvang en hulp krijgen die ze verdienen en die hun veiligheid en gezondheid garander...
Alles over dit onderzoek