‘In andere landen kunnen mensen met zwaar beroep wel eerder met pensioen’

dinsdag 17 oktober 2017 Leestijd: 3 min.

Taco van Hoek /

Yoran ter Voert

Stagiair

yoran.tervoert@kro-ncrv.nl

dinsdag 17 oktober 2017 Leestijd: 3 min.

De Nederlandse politiek komt niet tot een definitie van een zwaar beroep, zo bleek uit een Tweede Kamerdebat van 20 september. Zo’n definitie is nodig, om te bepalen wat er gedaan kan worden voor mensen die zo’n zwaar beroep uitoefenen en die wellicht hun AOW niet kunnen halen. Taco van Hoek, directeur van het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB), is het pertinent oneens met de politici. Hij kaart aan dat er in andere Europese landen wel mogelijkheden zijn om mensen met een zwaar beroep eerder te laten stoppen.


Tijdens ons onderzoek naar Doorwerken tot 67 komen we een rapport van het EIB uit juni 2017 tegen waarin werd gekeken naar de uitvalcijfers van het UWV per branche. Dit wil zeggen dat er vergeleken werd in welke branches mensen vroegtijdig arbeidsongeschikt raken. De branches waarbij dit minimaal 2 keer zo vaak als gemiddeld gebeurt, zijn door het EIB als zwaar aangemerkt.

Dit is volgens het instituut een goede methode om tot een definitie te komen. Van Hoek: ‘Als je kijkt naar objectieve criteria, zoals arbeidsongeschiktheidskans, dan filter je toch behoorlijk de zware beroepen eruit. Dan kan je denken aan stratenmakers, stukadoors maar ook de visserij. In allerlei branches is dat een goed criterium.’


Grensgevallen
Van Hoek ontkent niet dat zijn methode ook problemen op kan leveren. Waar trek je de grens precies? Uit de cijfers is gebleken dat een aantal beroepen duidelijk zwaarder zijn dan andere. Maar er zijn ook beroepen waarvan niet duidelijk is of ze zwaar of niet zwaar zijn, de grensgevallen. Van Hoek: ‘Je zal altijd wat grensgevallen en grenszaken hebben. Maar dat geldt voor iedere sociale regeling. Als dat [iets niet doen vanwege mogelijke discussie, red.] een norm zou moeten zijn, dan kunnen we de helft van de sociale regelingen afschaffen.’


Europa 
Tijdens zijn onderzoek stuitte het EIB op iets opvallends. Van de 25 onderzochte Europese landen zijn er 18 die een definitie van een zwaar beroep kennen. ‘En dan blijkt dat 13 Europese landen zo’n regeling hebben voor zware beroepen. En waar je dus eerder kan stoppen met werken.’ In onder andere Frankrijk en Italië kunnen mensen met zware beroepen eerder met pensioen.

 


Dat het in 13 landen wel kan en in Nederland niet begrijpt de directeur van het EIB niet goed. Hij denkt dat politici hier niet in mee gaan omdat het tegen de trend in gaat. ‘Langer werken is de discussie de hele tijd geweest en dat is ook de beweging geweest. En hier zou je dan een stukje terug moeten voor een specifieke groep. En dat ligt dan denk ik niet zo goed.’


Tegenargumenten 
Er zijn verschillende argumenten in te brengen tegen de definitie van het EIB. Twee van die argumenten zien we vaak terug. Ten eerste moet het arbeidsverleden goed geregistreerd zijn als je iemand in de categorie zwaar beroep wil plaatsen. Anders kan iemand 2 maanden stratenmaker zijn en vervolgens door die 2 maanden vervroegd met pensioen gaan. Dat is een situatie die zowel politici als sociale partners niet willen. Vandaar dat het arbeidsverleden goed geregistreerd moet zijn. Volgens tegenstanders van zo’n regeling is dit in Nederland nooit goed bijgehouden. Van Hoek betwist dit: ‘Die registratie is op orde. We hebben het voor allerlei sectoren bekeken en zelfs op de laagste niveaus [specifiekere beroepsgroepen, niet alleen sectorbreed, red.] zijn er ook gegevens.’

Het tweede veelgehoorde bezwaar is dat het predicaat ‘zwaar beroep’ voor de hele sector zou gelden. Dus niet alleen de stratenmaker, maar ook de secretaresse van dat stratenmakersbedrijf valt eronder. Ook hier ziet Van Hoek geen problemen ontstaan. Hij wijst erop dat de meeste cao’s functieomschrijvingen kennen en benadrukt dat als je hiernaar kijkt en niet alleen naar de hele sector, je voorkomt dat mensen die duidelijk geen zwaar beroep hebben wel gebruik kunnen maken van een regeling voor zware beroepen.


Kostenplaatje 
Een ander bezwaar tegen speciale regelingen voor zware beroepen is dat het ook allemaal bekostigd moet worden. Volgens Van Hoek vallen de kosten voor de regelingen die hij oppert reuze mee. Het gaat volgens hem maar om een klein gedeelte van de beroepsbevolking: zo’n 2 tot 3%. Dit zijn ongeveer 200.000 mensen. Daarnaast zou een deel van de mensen met zware beroepen die eerder met pensioen kunnen zonder die regeling arbeidsongeschikt raken en in de WIA terechtkomen. Ook dit kost geld. En dus kun je een deel van de kosten voor een vervroegd pensioen wegstrepen tegen de kosten voor die arbeidsongeschikten.

Uiteindelijk zullen de extra kosten volgens Van Hoek jaarlijks zo’n 200 miljoen euro aan AOW-premie zijn. Dat is een stijging van ongeveer 1%. ‘Het is niet gratis maar toch wel heel overzichtelijk denk ik. Ik zou het persoonlijk niet onredelijk vinden om 1% meer AOW-premie te betalen.’


Of een definitie van zware beroepen nu echt de oplossing is, zie je in de uitzending over Doorwerken tot 67 op zondag 22 oktober om 22.35 uur op NPO 2. Heb je tips? Laat het ons weten via het tipformulier.

Lees meer over

Werk en inkomen Doorwerken tot 67
Verkenning Research Opnames Uitzending

381 tips

ontvangen

Ervaringsdeskundigen

gezocht

Dit artikel is geschreven door:

Yoran ter Voert

Deel dit artikel

Meer artikelen in dit onderzoek

Toon meer

Meer weten?

De AOW-leeftijd gaat sinds 2013 met stapjes omhoog zodat in 2022 de leeftijd 67 jaar en 3 maanden is. Maar gaat iedereen die nieuwe grens wel werkend halen? Na de zware beroepen richten we ons nu o...
Alles over dit onderzoek