Algemeen / Algemeen

Het moordende schema van sportterreur voor kinderen

zaterdag 17 november 2018 Leestijd: 3 min.

Jeugd traint met Olympisch hockeyteam / ANP

Saskia Adriaens

Verslaggever

zaterdag 17 november 2018 Leestijd: 3 min.

Hoe is het mogelijk dat we jonge kinderen al zoveel laten trainen? Dat is wat ik me afvraag tijdens een etentje met vrienden, als ik hoor dat hun jonge kinderen al drie keer per week naar hockeytraining gaan (moeten?). Eentje is nog maar 10 jaar. De ouders zeggen zelf dat ze het eigenlijk te veel vinden, maar ‘het is niet anders’.

Argumenten die over de tafel gaan, zijn: ‘Hij wil het zelf’, ‘Concurrerende clubs trainen ook zoveel en anders verliezen ze alles’, ‘Teamgenootjes gaan ook, dus dan kan ik het mijn dochter niet weigeren.’ Het klinkt me begrijpelijk in de oren, maar toch voel ik ook aan alles dat iedereen met elkaar deze enorme druk in stand houdt. En ondertussen is het logistieke schema van deze ouders een ware puzzel en lijkt er nauwelijks ruimte voor andere hobby’s, laat staan voor gewoon lekker spelen (lees: vervelen).

Overbelasting

‘Voor kinderen is twee keer trainen en een wedstrijd het maximum.’ Dat was de kop boven een stuk dat vorig jaar honderden keren werd gedeeld op Facebook. In dit artikel spreken oud-hockeyinternational Rob Reckers en talencoördinator Gerold Hoeben van de hockeybond hun zorgen uit over het feit dat veel kinderen al vijf keer per week op het veld staan voor trainingen en wedstrijden.

Hoeben stelt: ‘Dit is uiteindelijk een maatschappelijke discussie. Kinderen bewegen aan de ene kant steeds minder. Dan is de reactie van de sportclub om steeds meer te gaan trainen. En dan ook nog op één sport. Daarmee worden kinderen sneller beter, maar is de duurzaamheid beperkter. Daarmee doel ik onder andere op de kans van overbelasting. Ik zie nu al veel meer blessures bij kinderen dan vroeger. Hielklachten. Hamstringblessures bij dertienjarigen. Dat komt omdat ze teveel eenzijdige sport bedrijven. Er wordt aan de ene kant minder buiten gespeeld, maar er wordt juist weer specifieker getraind. Daardoor ontwikkelen talenten een minder breed motorisch palet, omdat ze op jongere leeftijd teveel tijd aan één sport besteden. Terwijl hockey en tennis een fantastische combinatie is. Maar ook hockey en voetbal, turnen en judo.’

Uurtje per week

Zelf heb ik vanaf mijn achtste elke week een uurtje getraind bij een kleine hockeyclub bij ons in het dorp en dan had je nog de wedstrijd op zaterdag. Ik kreeg er zelf al snel geen genoeg van en dus pakte ik na een schooldag een oude stick uit de schuur en een tennisbal om op het pleintje achter nog wat te pielen en te spelen, soms alleen en soms met mijn zusje of kinderen uit de buurt. Op mijn veertiende werd ik geselecteerd voor een districtsteam en toen begon het echte trainen pas. Dat wil zeggen: twee keer in de week anderhalf uur. Het resulteerde in een tal jaren tophockey vanaf mijn zeventiende met drie keer in de week trainen op het veld, één keer in het krachthonk en een wedstrijd op de zondag. Ik moest er veel voor laten, maar ik was al ouder en koos er bewust voor.

Burn-out verschijnselen

Zou ik een betere hockeyer zijn geweest als ik veel meer had getraind vanaf mijn achtste? Ik vraag het me af. En als ik de professionals mag geloven, is misschien zelfs het tegendeel waar, want de kans op blessures is groter. En er zijn volgens Hoeben meer nadelen: ‘We zien nu al meer burn-out verschijnselen bij kinderen rond hun vijftiende, zestiende. Dan zijn ze door al het hockeyen klaar met de sport. Heel erg zonde.’

De hockeybond heeft dit voorjaar een punt gemaakt van dit onderwerp door te stellen dat kinderen tot de middelbare schoolleeftijd niet meer dan twee keer in de week moeten trainen en vooral lol moeten hebben. Maar van de vrienden tijdens dat etentje hoor ik andere verhalen, want de 10-jarige dochter traint om de week toch echt drie keer in de week. Ik snap de moeder ook wel, die zegt: ‘Ze heeft er zelf zoveel plezier in, dus wie ben ik om te zeggen dat ze minder moet gaan als haar vriendinnen wel allemaal drie keer gaan.’

Maar zo blijkt het een fenomeen te zijn dat iedereen met elkaar in stand houdt. De andere vriendin vertelde dat haar man het onderwerp probeerde aan te kaarten tijdens een ouderavond van de voetbalclub, maar dat hij gekscherende reacties kreeg van andere ouders in de trant van: ‘Heb je dat niet over voor je kind?’ Even voor de duidelijkheid: hun zoon is pas 8 jaar en ‘moet’ al twee keer anderhalf uur trainen, wat die vader dus teveel vond.

 

Algemeen / Algemeen

Oproep

Ben jij zelf ouder en ervaar jij de ‘maatschappelijke’ druk van (teveel) trainen voor je kind(eren)? Heeft jouw kind haar zin in de sport erdoor verloren? Of heeft jouw kind hierdoor zelfs al een blessure opgelopen? Of zie je om je heen dat ouders te veel druk leggen op hun kinderen om in sport te excelleren? Laat het ons weten, want je weet ons onderzoek begint bij jou.
Deel jouw ervaring

Saskia Adriaens

Verslaggever

Deel jouw ervaring

Dit artikel is geschreven door:

Saskia Adriaens Verslaggever

'Ogen openen en gedachten kantelen’, dat is de grootste drijfveer van Saskia Adriaens. De eerste jaren na haar studie journalistiek heeft zij als freelancer voor multiculturele televisie (MTNL) gewerkt en geschreven voor diverse media zoals kranten, Opzij en Oneworld. Tien jaar geleden alweer is zij begonnen bij de publieke omroep. Als verslaggever heeft ze reportages gemaakt in binnen- en buitenland, voor onder andere de actualiteitenrubriek Netwerk, Altijd Wat, Brandpunt Profiel, Kruispunt en sinds 2015 voor De Monitor. Vooral sociaal-maatschappelijke onderwerpen zoals de multiculturele samenleving, vluchtelingenproblematiek, vrouwenrechten, onderwijs en opvoeding hebben haar interesse. Maar zoals Einstein ook al zei: ‘Ik heb geen speciaal talent, ik ben vooral razend nieuwsgierig!’

Lees verder
@sadriaens

Deel dit artikel

Meer artikelen in dit onderzoek

Meer weten?

We krijgen dagelijks veel tips binnen over uiteenlopende onderwerpen. En lang niet altijd over de onderwerpen die we momenteel onderzoeken. Ook deze tips willen we u niet onthouden. Want wellicht herkent u een verhaal, heeft u iets vergelijkbaars meegemaakt, of kunt u ons meer inzicht geven over een bepaald onderwerp. Zo kunnen we uiteindelijk met een aantal van deze tips weer een nieuw onderzoeksdossier openen. Blijf ons dus vooral tippen. Want ons onderzoek begint bij u.

Alles over dit onderzoek