Algemeen / Inspraak: burger versus overheid

Geen definitie voor zware beroepen? ‘Voor Jan met de pet is 1 + 1 gewoon 2’ II

donderdag 26 oktober Leestijd: 4 min.

bas / demonitor

Bastiaan Hetebrij

Verslaggever

donderdag 26 oktober Leestijd: 4 min.

Ons onderzoek naar zware beroepen is nu over de helft en we kunnen een beetje uit de doeken doen waar we staan, en wat we nog nodig hebben.

 

Iedereen die je vraagt een zwaar beroep te noemen weet meteen een antwoord, bijvoorbeeld bouwvakker. Toch komen politici, werkgevers en werknemers niet tot een definitie en dus zal er niet veel voor ze gebeuren. Onze reportage voor ons Dossier Doorwerken tot 67 zal een zoektocht worden naar het ‘zware beroep’ en het lot van de mensen met zo’n baan.

 

We krijgen na onze oproep naar ervaringen met zware beroepen reacties van mensen die zich zorgen maken of ze het wel vol kunnen houden tot hun 67ste. Een vuilnisman legt uit: ‘Ik doe nu bedrijfsafval. Die bakken worden mechanisch getild maar het is een utopie dat ik niet sta mee te sjorren. Die bakken kunnen van 25 kilo tot 700 kilo wegen. 120 klanten op een dag. Wat doe dat met je lichaam vraag ik me af.’

 

Snappen

Er zijn cijfers die hun zorgen ondersteunen. Onderzoek, bijvoorbeeld van Bastian Ravesteijn (wie is dat?), wijst uit dat zwaar werk de gezondheid negatief beïnvloedt. Maar hoe baken je die groep af? Dat is best lastig en dus begonnen we een zoektocht naar de term ‘zwaar beroep’.

We kijken in de archieven en komen het woord al in 1914 in de kranten tegen. In het parlement neemt toenmalig minister van Economische Zaken Zijlstra het in 1958 in de mond in een debat over de mijnbouw.  Onze vuilnisman snapt ook het probleem niet: ‘Voor mij, Jan met de pet, is 1 en 1 gewoon 2. Iedereen snapt wat een zwaar beroep is. De meesten zijn met 60-65 jaar dood.’

De belofte

Ons onderzoek begint pas goed in 2009. Door de financiële crisis is de noodzaak om de overheidsfinanciën gezond te houden zo prangend dat de AOW-leeftijd van 65 wordt losgelaten. Het vierde kabinet van Balkenende komt met een voorstel en een belofte:

 

‘Werknemers die zware werkzaamheden vervullen waarvan in redelijkheid niet verwacht kan worden dat deze langer dan 40 jaren verricht kunnen worden zonder uitzonderlijke slijtage (zogenaamde zware beroepen), zullen in de toekomst tegen de tijd dat zij 30 jaar dit beroep vervullen een aanbod moeten krijgen van minder belastend werk.’

 

Deze belofte sneuvelt met de val van dit kabinet begin 2010. Daarna volgen allerlei varianten. De eerste is van minister Kamp van Sociale Zaken uit kabinet Rutte I. Omdat gedoogpartner PVV faliekant tegen een verhoging van de AOW-leeftijd is, paait de minister de PvdA en de vakbeweging. Zijn voorstel blijkt achteraf ruimhartig: een stijging van de AOW-leeftijd, maar ook flexibiliteit om eerder te stoppen tegen een minimale korting. Mooi voor mensen met een zwaar beroep.

 

Conflict

Het leidt bij de FNV tot een groot conflict en luidt uiteindelijk het vertrek van voorzitter Jongerius in. De vakbond is nauwelijks nog een gesprekspartner en dat wreekt zich als de PVV uit de gedoogconstructie stapt. Het kabinet wil binnen enkele dagen alsnog een begrotingsakkoord sluiten om te blijven voldoen aan de Europese eisen. De deal komt er maar niet met de vakbond of de PvdA, maar met D66, GroenLinks en ChristenUnie. De verhoging van de AOW-leeftijd wordt nu versneld en er komt geen flexibele AOW, zoals eerder beloofd.   

 

In alle debatten kan je teruglezen dat er begrip is voor de positie van zware beroepen. Maar al in 2009 zijn er partijen die niet in een afbakening geloven, en tot dusver komt die er ook niet. Dat is ook het standpunt van toenmalig oppositieleider Mark Rutte. Al heeft hij eerder gezegd dat mensen na 40 jaar werk met AOW moeten kunnen, vandaar zijn loze belofte aan een paar stratenmakers in Venlo (link).

 

Ongelijk

Toch houden de betreffende mensen hoop, en geef ze eens ongelijk. Vorig jaar was er een motie, unaniem aangenomen, om opnieuw te zoeken naar een definitie van een zwaar beroep. Daaruit mag je afleiden dat de Tweede Kamer wel wat met zo’n definitie zou willen. Twee weken geleden kwam het nieuws dat zowel staatssecretaris als sociale partners het niet is gelukt. En komt er dus geen oplossing voor al degenen die gebukt gaan onder zwaar werk en het uitzicht op langer door moeten werken.

 

 

En zo blijft de discussie voortgaan. Want er zijn onderzoekers die wél geloven in een definitie, en in het buitenland kan het ook. Daarom willen we nog meer weten over de achtergrond bij die definitiediscussie. Waarom geloven de sociale partners er nu niet in? Waarom is er geen extra onderzoek naar hoe het buitenland dit doet? Zijn er andere redenen om niet in te grijpen? Weet je daar meer over, mail ons dan tip insturen.

Dit artikel is geschreven door:

Bastiaan Hetebrij Verslaggever

Bastiaan Hetebrij is politicoloog en studeerde in Amsterdam en New York. Hij liep stage bij de Duitse zender Phoenix in Berlijn en werkte als verslaggever bij AT5 en de politieke redactie van RTL-Nieuws. Hij probeert te werken volgens het journalistieke adagium: eerst de feiten, dan het werk, dan de mening en dat doet hij als verslaggever, regisseur en online. Zijn interessegebied is breed. Hij zoekt graag naar belangentegenstellingen, dieperliggende oorzaken en de al dan niet oprechte drijfveren van betrokkenen.

Lees verder
@bhetebrij

Deel dit artikel

Meer artikelen in dit onderzoek

Meer weten?

Bij grote bouwprojecten van de overheid is er vrijwel altijd onvrede bij omwonenden. Hoeveel invloed en inspraak hebben zij bij de bouwplannen wanneer er een weg of een windmolen in hun achtertuin komt? En worden zij voldoende gecompenseerd voor de geleden schade? Kom met uw tips en ervaringen en wij zoeken het uit.

Alles over dit onderzoek