De kleine lettertjes van de studiebijsluiter

zaterdag 06 februari 2016 Leestijd: 4 min.

Bijsluiter /

Niels van Nimwegen

Verslaggever

niels.vannimwegen@kro-ncrv.nl

zaterdag 06 februari 2016 Leestijd: 4 min.

Als aanstormend student doe je er goed aan een studie te kiezen met een half oog op de arbeidsmarkt. Niet iedere opleiding biedt dezelfde kans op werk. Al eerder schreven we voor ons dossier Uitbuiting van starters en stagiairs over de verplichte studiebijsluiters.

Onderwijsinstellingen moeten sinds 2014 verplicht eerlijke informatie geven over het baanperspectief. Verschillende tipgevers zetten echter vraagtekens bij de voorlichting die aankomende studenten krijgen van hun opleiding. Zo staat op de websites van studies als psychologie en pedagogische wetenschappen dat respectievelijk 86% en 91% van de afgestudeerden anderhalf jaar na hun afstuderen een baan hebben gevonden. Een psycholoog schrijft ons:

‘Rekenen ze een kledingwinkel dan ook mee? Ik kan me absoluut niet voorstellen dat 86% een baan in ons vakgebied vindt.’

De vraag is dus: wat is nou precies een baan? In de bijsluiters van de HBO-opleidingen staat het preciezer geformuleerd: het percentage studenten dat anderhalf jaar na het afstuderen een baan op niveau vindt. Ten aanzien van de universitaire opleidingen wordt het ingewikkelder. In de bijsluiters zelf wordt slechts gesproken over ‘werk’. In de verantwoording staat enigszins omfloerst wat daarmee wordt bedoeld. De cijfers komen uit de WO-Monitor, een schoolverlaters-enquête uitgevoerd in opdracht van de samenwerkende universiteiten (VSNU). ‘Afgestudeerden worden 1,5 jaar na afstuderen gevraagd of ze een baan hebben op minimaal wo-niveau’.

Dat universiteiten dit overnemen in hun voorlichting horen we van verschillende tipgevers. Op de website van de universiteit Groningen bijvoorbeeld staat dat 86% van de studenten psychologie en pedagogische wetenschappen 1,5 jaar na het behalen van hun master-diploma een baan vindt. In de toelichting staat dat dit een baan op niveau is. Uitgaande van de uitleg in de verantwoording, moeten we dus concluderen dat dit een baan op universitair niveau is.

Kleine lettertjes

Alleen, dat is niet zo. Maar als student moet je dan wel goed de kleine lettertjes kunnen lezen. Zelfs minister Bussemaker neemt het verkeerd over. Ze beantwoordt Kamervragen die de PvdA stelt naar aanleiding van onze eerdere berichtgeving over de studiebijsluiters. De minister benadrukt het objectieve karakter van de studiebijsluiters. Die worden door studiekeuze123 samengesteld, een samenwerkingsverband van het ministerie van OCW, de hoger onderwijskoepels en studentenorganisaties. Ook de minister neemt de toelichting van Studiekeuze123 over. Het arbeidsmarktperspectief ‘voor de bacheloropleidingen van de universiteiten gaat over het percentage studenten dat 1,5 jaar na het behalen van een masterdiploma, aangeeft een baan op niveau te hebben’.

In een enquête die we intussen hebben uitgevoerd in samenwerking met de beroepsverenigingen van psychologen en pedagogen naar ervaringen met werkervaringsplaatsen leggen we de vraag voor: ‘komen de cijfers over kans op werk u reëel voor?’ Bijna 90% geeft aan dit geen reële arbeidsmarktcijfers te vinden. Om die reden werpen we nog eens een blik op de enquête die de grondslag vormt voor de cijfers. Dit is de WO-Monitor die wordt uitgevoerd i.o.v. de VSNU. Al lezende valt ons op dat niet gevraagd wordt of afgestudeerden een baan hebben op minimaal WO-niveau. De vraag luidt: welk opleidingsniveau werd door uw werkgever minimaal vereist? Ondervraagden kunnen antwoorden geven van gepromoveerd tot werk waarvoor helemaal geen onderwijs vereist is. Bovendien er zit nog een vraag voor: Heeft u op dit moment betaald werk? Alleen ondervraagden die aangeven werk te hebben krijgen de vraag voorgelegd over het niveau van dat werk.

Met andere woorden. Het gaat om het percentage werkende afgestudeerden dat anderhalf jaar hun opleiding aangeeft een baan te hebben, ongeacht het niveau.

Rooskleurig

Het lijkt er dus op dat in de studiebijsluiter gekozen is voor het meest optimistische cijfer. Omdat we door studiekeuze123 worden terugverwezen naar de VSNU leggen we dit voor aan de betrokken beleidsmedewerker van de samenwerkende Universiteiten. Zij bevestigt de fout in de bijsluiters, die ook de VSNU niet eerder is opgevallen. VSNU is één van de samenwerkende partners in de uitgeverij Studiekeuze123. VSNU-woordvoerder Bastiaan Verweij licht het toe. Volgens hem is er niets mis met de enquête, maar is in de studiebijsluiters inderdaad een verkeerde indicator gekozen.

‘We zijn pas net met de Studiebijsluiter gaan werken en het is de eerste keer is dat daarvoor de gegevens uit onze arbeidsmarktmonitor zijn gebruikt. In Studiekeuze123-verband is misschien niet zorgvuldig genoeg gekeken naar de gebruikte definities. Studiekeuze123 gebruikt een deel van de cijfers uit de arbeidsmarktmonitor van de VSNU, maar kijkt daarbij enkel naar de groep die in de enquête aangeeft al een baan te hebben en neemt hier de groep werklozen niet in mee. Dat is inderdaad vreemd en moet wat ons betreft worden aangepast. Het is logischer om het cijfer te presenteren waarin ook de groep respondenten is meegenomen die aangeeft geen baan te hebben. De gegevens kunnen vrij snel worden aangepast, omdat wij binnenkort de nieuwste resultaten van de arbeidsmarktmonitor hebben.’

Niveau

Maar dan blijft nog de vraag over. Wat is dan het niveau? Verweij is het niet eens met de vaststelling dat niveau vertaald moet worden als academisch niveau. Volgens de woordvoerder is een pas afgestudeerd psycholoog die op een HBO-functie zit ook goed terecht gekomen. We leggen dit voor aan Frank Steenkamp, hoofdredacteur van de Keuzegids. Daarin worden opleidingen met elkaar vergeleken, onder andere op baanperspectief. ‘Je ziet dat het in de HBO- bijsluiters wel gewoon een percentage wordt genomen van het aantal studenten dat een baan op HBO-niveau heeft. Je kunt je dus afvragen waarom dat dan niet in de WO-bijsluiters wordt gedaan. Wat je nu ziet is dat eigenlijk alle banen op één hoop worden geveegd en dan met een slordige toelichting als baan op niveau wordt weggezet, inclusief de bijbaantjes bij de sigarettenwinkel om de hoek. Terwijl het natuurlijk gaat om dat veel kritischer cijfer van: wie heeft nu werk op het niveau van de studie?’

Cijfers

Omdat we van VSNU geen gegevens krijgen vragen we het onderzoeksinstituut voor arbeidsmarktonderzoek ROA om te berekenen welk percentage afgestudeerde psycholoog nu daadwerkelijk werk op niveau vindt 1,5 jaar na hun afstuderen. Dat levert de volgende percentages op: 55% heeft op werk op WO-niveau, 16% op HBO-niveau, 14% heeft een baan op een lager niveau of kan geen niveau aangeven, 15% is werkloos.’ Steenkamp: ‘Dat laat toch een veel genuanceerder beeld zien dan 86% heeft een baan op niveau.’ En dat is volgens de hoofdredacteur niet de enige kritiek. Werk is gedefinieerd als minimaal 12 uur in de week, ongeacht het salaris. ‘Wat je vervolgens ziet op de studiekeuze123 - en daar is de VSNU mede voor verantwoordelijk - is dat het teruggerekend wordt naar full time. Dus als jij een lullig baantje hebt van 16 uur per week, en dat wordt teruggerekend naar full-time, dan ziet het er nog best aardig uit. Dat is geen misdaad, maar je moet daar glashelder in zijn. Anders zet je mensen toch weer op verkeerde been.’

Vanavond in De Monitor de tweede uitzending in ons onderzoek Uitbuiting starters en stagiaris om 22:35 uur op NPO2.

Lees meer over

Werk en inkomen Uitbuiting starters en stagiairs
Verkenning Research Opnames Uitzending

290 tips

ontvangen

Ervaringsdeskundigen

gezocht

Dit artikel is geschreven door:

Niels van Nimwegen

Deel dit artikel

Meer artikelen in dit onderzoek

Toon meer

Meer weten?

Voor veel pas afgestudeerden liggen de banen niet voor het opscheppen en kunnen werkgevers kiezen uit een overvloed aan werkgrage sollicitanten. Wat voor gevolgen heeft dit voor afgestudeerden? En ...
Alles over dit onderzoek