'De hulpinstanties grijpen maar niet in'

zaterdag 18 juni 2016 Leestijd: 5 min.

DSC_6993 /

Anne de Blok

Verslaggever

anne.deblok@kro-ncrv.nl

zaterdag 18 juni 2016 Leestijd: 5 min.

Enkele weken geleden ontvingen wij een e-mail met daarin een nieuwsbericht van 5 mei jongstleden: ‘Politie haalt verwarde vrouw van A2’. De tekst die volgt verklaart waarom: ‘Deze vrouw is een vriendin van ons. Zij wordt door de hulpverlening niet op adequate wijze geholpen. (…) Dit wordt nog eens haar dood!’ Voor ons dossier ‘Verwarde mensen’ ontmoeten we een vriend van deze vrouw, Ronald, die duidelijk gebukt gaat onder de verantwoordelijkheid die hij voor haar voelt. ‘Ik zie gewoon dat ze langzaam aan het wegglijden is en ik weet niet meer wat ik nog kan doen.’

We hebben afgesproken op station Driebergen-Zeist waar Ronald op een stenen bankje op ons zit te wachten. Hij oogt enigszins nerveus, alsof hij zelf nog niet helemaal kan bevatten dat hij twee journalisten heeft benaderd om zijn verhaal te doen. ‘Ik weet gewoon niet waar ik anders terecht kan. De hulpinstanties grijpen maar niet in.’

We stappen bij Ronald in de auto om samen met hem zijn vriendin Laurien te bezoeken die een aantal weken geleden nog in verwarde toestand van de snelweg werd gehaald door de politie. Laurien is op de hoogte van onze komst, maar als we bij haar aanbellen, lijkt het erop dat er niet zal worden opengedaan.

'Dit wordt nog eens haar dood!'

Terwijl wij nog staren naar de intercom, wachtend op een stem die ons zal gaan verwelkomen, is Ronald al op een muurtje geklommen om te zien of ze wel thuis is. ‘Ze ligt op de bank,’ roept hij ons toe terwijl hij op zijn tenen balanceert. ‘Ze heeft mij zojuist even aangekeken, maar draait nu weer weg.’ Ronald klimt weer van het muurtje af. ‘Laten we maar naar het café hier om de hoek gaan.’

Terwijl we samen de straat uitlopen, vragen we nog of we niet nog een keer moeten aanbellen. ‘Dat heeft geen zin,’ antwoordt Ronald. ‘Laurien gaat de deur niet meer open doen vanavond.’ Het is het gemak waarmee Ronald deze woorden over zijn tong laat rollen waaruit we opmaken dat hij dit al vaker heeft meegemaakt. En dat is ook precies de reden waarom Ronald ons graag wil spreken. ‘Ik zie gewoon dat ze langzaam aan het wegglijden is en ik weet niet meer wat ik nog kan doen.’

Van kwaad tot erger

Bij het café aangekomen vertelt Ronald over de eerste keer dat hij Laurien ontmoette, nu anderhalf jaar geleden. Laurien is gediagnosticeerd met een dissociatieve identiteitsstoornis en was net ontslagen uit een GGZ-instelling waar ze op een gesloten afdeling had gelegen. Hij kwam met haar in contact via zijn vrouw van wie Laurien een goede vriendin is. Op hetzelfde terras waar wij ‘s avonds ook met Ronald zitten, schudden Laurien en hij elkaar voor de eerste keer de hand. ‘Een vrolijke en intelligente vrouw zat er toen tegenover mij. Het was eigenlijk best een leuk gesprek.’

Maar een aantal maanden nadat ze ontslagen is uit de instelling, gaat het steeds slechter met haar. ‘Ze begon zichzelf en haar huis te verwaarlozen en ze werd steeds moeilijker bereikbaar. Soms deed ze de deur open en dan had je een leuke middag met haar, maar op andere dagen hield ze al het contact af en kreeg je mailtjes dat ze het allemaal niet meer zag zitten.’ In november vorig jaar gaat het dan ook mis wanneer ze een overdosis pillen neemt en in het ziekenhuis belandt.

'Ze begon zichzelf en haar huis te verwaarlozen en ze werd steeds moeilijker bereikbaar'

Inmiddels is ze weer thuis en krijgt ze ambulante begeleiding, maar volgens Ronald is dit slechts een pleister op een open wond. ‘Laurien heeft twee keer per week een gesprek en de evaluaties schijnen positief te zijn, maar ze wordt duidelijk onderschat. Regelmatig is zij in de war en raakt dan in een soort 'trance' toestand waardoor zij geen controle uit kan oefenen over haar gedrag. En dat gedrag gaat maar van kwaad tot erger.’

Politie haalt verwarde vrouw van A2

Ronald doelt op een gebeurtenis van een aantal weken terug. Het is het weekend van Hemelvaart wanneer Ronald een e-mail van Laurien krijgt met daarin een nieuwsbericht: ‘Politie haalt verwarde vrouw van A2’. Het blijkt Laurien zelf te betreffen. ‘Ik schrok natuurlijk enorm en ben toen meteen naar haar toegereden.’

Eenmaal aangekomen bij haar thuis treft hij één grote ravage aan. ‘Ze had het hele interieur kapot geslagen. De keukenkastlades lagen in de woonkamer. De borden lagen in scherven op de grond. Ik weet nog dat ik dacht: hoe kan iemand die een paar uur geleden nog door de politie van de snelweg is gehaald alweer thuis zijn?!’

'Ze had het hele interieur kapot geslagen'

Ronald besluit de crisisdienst te bellen, maar die weigeren volgens hem te komen. ‘Ze vertelden dat ze een protocol volgen waar Laurien ook van op de hoogte is. Zelfregie noemen ze dat. Op advies van de crisisdienst heeft de politie Laurien daarom weer thuisgebracht. Maar hoe kan je van iemand die in zo’n chaos verkeert verwachten dat ze zelf de regie weer in handen neemt? Ik vind dat onbegrijpelijk.’

Ronald weet op dat moment dan ook niet zo goed wat hij moet doen. ‘Ik durfde haar gewoon niet achter te laten zo. Toen ik dat tegen de crisisdienst vertelde, zeiden ze op een hele zakelijke toon: ‘Meneer, dit is niet uw verantwoordelijkheid. Dit is onze verantwoordelijkheid.’ Maar ik ben ondertussen degene die bij haar in de woonkamer staat. Niet zij!’

Als de situatie enigszins lijkt te zijn gekalmeerd, besluit Ronald om toch naar huis te gaan. ‘Ik kan niet 24 uur per dag over haar waken. Dat gaat gewoon niet.’ Een paar dagen later hoort hij van Laurien dat de situatie alsnog is geëscaleerd. ‘Ze had tientalllen keren 112 gebeld waarna er een arrestatieteam van vier man bij haar is binnengevallen. Omdat ze de deur niet opdeed, hebben ze de deur moeten forceren. Dit kan zo toch niet langer?!’

‘Dit is mijn werk toch niet?’

‘Ik weet gewoon niet hoe lang ik dit nog volhoud,’ blaast Ronald uit als we vragen hoe dit voor hem is. Ronald woont honderd kilometer van Laurien vandaan en hij bezoekt haar minimaal één á twee keer per week naast een fulltime baan. Soms doet Laurien de deur open. Op andere dagen kan hij meteen een rechtsomkeer naar huis maken. ‘Je weet het nooit met haar.’

De laatste tijd krijgt hij ook regelmatig smsjes of e-mails van haar. ‘Dan stuurt ze bijvoorbeeld dat het over zeventig minuten gaat gebeuren, met een locatiebeschrijving erbij. Ze weet namelijk dat het mij ongeveer zeventig minuten kost om naar haar toe te rijden. In het begin stapte ik dan meteen in de auto, maar nu laat ik het soms ook gaan. Ik kan toch niet op alles gaan reageren?’

Het valt Ronald zichtbaar zwaar. ‘Dit is mijn werk toch niet?,’ vraagt hij zich hardop af. ‘Het begon met een tasje boodschappen, als een aardig gebaar. Maar dit is gewoon te veel. Soms speel ik wel eens met de gedachte om de hulp te staken. Maar dan denk ik: als ik het niet doe, wie doet het dan wel?’

'Als ik het niet doe, wie doet het dan wel?'

Op het einde van het gesprek gaat de telefoon van Ronald af. Het is een WhatsApp-bericht van Laurien. ‘Ik heb echt een slechte dag vandaag. Ik ben in staat om de snelweg weer op te lopen. Misschien is het beter als de journalisten een andere keer komen.’ Ronald laat ons het scherm van zijn telefoon zien. ‘Dit soort berichten krijg je dan van haar. Tja… wat moet je dan?’

We hebben met Ronald afgesproken om binnenkort opnieuw met hem langs Laurien te gaan om te horen hoe zij de hulpverlening ervaart. Herken jij je in dit verhaal of wil jij iets anders kwijt over ons dossier ‘Verwarde mensen’? Meld het dan via tip insturen.

Lees meer over

Gezondheid en zorg Verwarde mensen
Verkenning Research Opnames Uitzending

590 tips

ontvangen

Ervaringsdeskundigen

gezocht

Dit artikel is geschreven door:

Anne de Blok

Deel dit artikel

Meer artikelen in dit onderzoek

Toon meer

Meer weten?

Sinds de bezuinigingen op de geestelijke gezondheidszorg neemt het aantal incidenten met verwarde mensen toe. Ruim 75.000 meldingen kwamen er in 2016 bij de politie binnen, een stijging van 14% ten...
Alles over dit onderzoek