Burn-out na 20 tijdelijke contracten: ‘Je bent een plastic wegwerpbekertje’

vrijdag 20 mei 2016 Leestijd: 4 min.

Gisela van Hees toont haar contracten /

Roul Meijer

editor

@Roul Meijer

vrijdag 20 mei 2016 Leestijd: 4 min.

De 41-jarige Gisela van Hees uit Tilburg barst in tranen uit als zij ons haar verhaal vertelt. Na 20 tijdelijke contracten kan zij het niet meer opbrengen om te solliciteren op een volgende baan. ‘Wat heeft het voor zin? Je bent een plastic wegwerpbekertje. Je wordt een keer gebruikt en weggegooid en na dat bekertje zijn er tientallen andere die het werk kunnen doen.’

Gisela is een van de vele mensen die reageert op ons vorige artikel over tipgever Bert de Haan die na 13 tijdelijke contracten op zijn 58ste alsnog thuis zit zonder werk. Volgens Gisela kunnen mensen zich niet voorstellen welke spanning een reeks tijdelijke contracten met zich meebrengt. De Tilburgse claimt dat ze een burn-out heeft gekregen van de stress die het steeds maar weer wel of niet verlengen van een tijdelijk contract met zich meebrengt.

Droom nagejaagd

Ooit had Gisela een vaste baan op de klantenservice bij een telecombedrijf. Maar ze streefde haar jeugddroom na om buschauffeur te worden. ‘Er werd me verteld dat ik na drie jaarcontracten een vaste aanstelling zou krijgen. Maar dat liep helaas anders.’ Ze krijgt te horen dat een vaste aanstelling toch niet mogelijk is vanwege de aanbestedingen in het openbaar vervoer.

Het wel of niet verlengen van de contracten levert haar een hoop spanning op. ‘Ik heb veel diensten gedraaid die anderen liever niet deden. Gebroken diensten. Vroeg in de ochtend beginnen, dan even paar uur vrij en dan in de middag weer verder. Alles om je inzet aan te tonen en te laten zien dat je veel doet voor je werk.' Vooral de hoeveelheid nachtritten valt haar zwaar. Daarnaast voelt ze de mentale druk om vooral niet ziek te worden.

Buikpijn van de angst

‘De gedachte dat ziek zijn consequenties heeft voor een eventuele verlenging van je contract brak me op. Ik kreeg daar zoveel spanning van dat ik buikpijn kreeg van de angst. Ik meldde me alsnog twee weken ziek. Ik voelde me minderwaardig vanwege een gebrek aan vertrouwen.’

Op advies van het bedrijf gaat ze iets minder werken. 32 uur per week in plaats van 40 uur. Dat ging goed. Maar een vaste aanstelling zat er nog steeds niet in. Gisela accepteerde het volgende contract.

‘Ik dacht ik doe het maar gewoon en het komt later wel.’

Maar de vaste aanstelling komt niet. Na het vijfde jaarcontract verliest de vervoerder de concessie en Gisela haar baan als buschauffeur.

Na zes maanden thuis kan ze aan de slag bij de nieuwe vervoerder van Tilburg. Deze neemt haar niet in dienst maar laat haar detacheren via een uitzendbureau. Ze krijgt wederom twee tijdelijke contracten. Een jaarcontract en daarna een contract voor zes maanden. In december 2008 is de grens voor haar bereikt. ‘Ik kreeg genoeg van dat gedoe met die contracten en dacht ik ga iets anders zoeken.’

Sleutels inleveren

Ze vindt administratief werk. Maar ook daar volgen jaarcontracten. Na twee jaar keert ze daarom terug naar haar grote liefde: de bus. Ze laat zich opnieuw als chauffeur detacheren via een uitzendbureau. Er volgen opnieuw vier tijdelijke contracten. Na het vierde contract krijgt ze te horen dat ze er nu even uit moet, maar volgend jaar terug kan komen. ‘Ik dacht dit kan toch niet? Ik kan toch niet eindeloos van contract naar contract gaan.’ Ze protesteert en neemt contact op met een vakbond. Toeval of niet, ze krijgt diezelfde dag te horen dat ze de sleutels van de bus moet inleveren.

Afscheid via Facebook

‘Ik had niet eens tijd om afscheid te nemen van mijn collega’s. Ik heb het via Facebook gedaan. Mijn collega’s zijn een petitie gestart om me daar te houden maar dat heeft niks uitgehaald. Het doet wat met je. Je hebt niks verkeerds gedaan en toch wordt je opzij gezet. Dit heeft me wel veel gedaan. Maar ik dacht ik probeer het nog een keer.’

Via een ander bedrijf vindt zij opnieuw werk als buschauffeur op een evenementenlijn. Het is vooral werk in de weekeinden. Ze rijdt de zogeheten Eftelingbus. ‘Dat was voor mij meer hobby dan werk.’ Dat werk verloopt opnieuw via een uitzendbureau dat haar weekcontracten, tweedaagsecontracten en dagcontracten geeft.

Door de week werkt ze op een call center. Opnieuw gedetacheerd via een ander uitzendbureau. Al na een week werd het eerste project waarvoor ze werkzaam was stopgezet. ‘En dus stond ik weer op straat.’ Een ander call center volgt. Die laat haar detacheren via een payrollbedrijf met een nul-uren contract. Ze werkt er twee jaar totdat een reorganisatie volgt. ‘Op de afdeling moesten 25 man vertrekken. Ook ik.’

Geen plek meer

Tot overmaat van ramp wordt haar geliefde evenementenbus die zij in het weekeind rijdt, overgenomen door een andere vervoerder. Voor haar is ook daar geen plek meer.


We zitten dan inmiddels in januari 2016. Een jaar nadat de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) is ingegaan die de positie van mensen met een tijdelijk contract moet versterken. Voor Gisela komt dit allemaal te laat. Ze krijgt in januari 2016 wederom een jaarcontract bij een call center maar na drie weken krijgt ze een mentale klap.

‘Toen stortte ik in. Ik kon alleen nog maar huilen. Nu zit ik met een burn-out thuis. 
Buschauffeur zijn vond ik erg leuk om te doen, maar na de zoveelste afwijzing ben ik helemaal gaar. Ik heb ook geen uitkering aangevraagd omdat ik dan weer moet solliciteren. Ik kan dat nu niet opbrengen. Mijn vrouw zorgt nu voor het inkomen.’

Steeds meer flexwerkers

Gezien de vele reacties willen we verder kijken wat de gevolgen zijn van het hoppen van contract na contract. Via Twitter worden we gewezen op de meeste recente cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Zij melden onder andere het volgende:

‘In 2014, het jaar waarin de werkloosheid begon af te nemen, was bijna 77 procent van de flexwerkers na drie maanden nog steeds aan het werk in een flexibel dienstverband. In het eerste kwartaal van 2016 was dat bijna 78 procent. Ook het percentage doorstromers van een flexibel naar een vast dienstverband groeide, van ruim 11 naar ruim 12 procent.’

Ook schrijven ze dat het aantal flexwerkers blijft groeien. ‘De instroom in flexibele dienstverbanden blijft onverminderd groter dan de uitstroom, waardoor het totaal aantal mensen met een flexibele arbeidsrelatie blijft groeien. In het eerste kwartaal van 2016 hadden ruim 1,7 miljoen mensen een flexibel dienstverband, dat was een kwart van alle werknemers. Twee jaar eerder waren dat er nog ruim 1,6 miljoen. In alle leeftijdsgroepen neemt het aantal mensen met een flexibele arbeidsrelatie toe. De toename is het sterkst bij jongeren.’

Steeds meer mensen leven dus in onzekerheid over hun werk. Van de 13 procent die uiteindelijk wel een vast contract krijgt, vragen wij ons af na het hoeveelste tijdelijke contract dat is? Zijn er mensen die misschien nog wel meer dan 20 tijdelijke of flexcontracten hebben gehad? We willen graag horen hoe dat bevalt: biedt het mogelijkheden of levert het vooral stress op? Mail ons op: tip insturen.

Lees meer over

Algemeen Algemeen
Verkenning Research Opnames Uitzending

1293 tips

ontvangen

Ervaringsdeskundigen

gezocht

Dit artikel is geschreven door:

Roul Meijer

Deel dit artikel

Meer artikelen in dit onderzoek

Toon meer

Meer weten?

We krijgen dagelijks veel tips binnen over uiteenlopende onderwerpen. En lang niet altijd over de onderwerpen die we momenteel onderzoeken. Ook deze tips willen we u niet onthouden. Want wellicht h...
Alles over dit onderzoek