Natuur en milieu / Boer en beleid

Boerin Sandra: ‘Ik wil heel graag nadenken over oplossingen, niet over stoppen’

zondag 18 maart 2018 Leestijd: 4 min.

Sandra en Harald hebben nu nog 160 Fries Roodbonten / De Monitor

Iris Verhoeven

Redacteur

zondag 18 maart 2018 Leestijd: 4 min.

‘Kom maar meid, ga maar even proeven. Het is lekker hé?’, zegt boerin Sandra terwijl ze een kalfje de fles geeft.  We staan op het erf van Sandra en Harald Woldring in het Groningse dorpje Haren. In hun stal staan 160 zeldzame Fries Roodbonte koeien. Door de nieuwe fosfaatwet zegt de familie gedwongen te worden om de helft van deze zeldzame koeien af te voeren.

Volgens deze nieuwe wet mogen boeren niet meer koeien hebben dan zij op de peildatum 2 juli 2015 hadden. Door ziekte onder de dieren had het aantal koeien op het bedrijf juist op dat moment een dieptepunt bereikt. Botte pech voor de familie Woldring dus. Ze moeten terug naar het niveau van 2015.

In totaal zijn er nog 600 Fries Roodbonte koeien. De populatie van Sandra en Harald is de grootste van dit ras ter wereld. ‘Maar als er niet snel een oplossing komt moeten de deuren van ons bedrijf sluiten. Of alle Fries Roodbonte koeien moeten plaatsmaken voor de Holstein-Friesian koeien, omdat die meer melk geven.’ In Nederland is 98 procent van de koeien Holstein-Friesian.

Een familiebedrijf

De boerderij van de familie Woldring is echt een familiebedrijf. Harald nam het van zijn vader over die het weer overnam van zijn vader. ‘Mijn vader kwam als tienjarig jongetje in aanraking met dit ras. Hij was gelijk verkocht, omdat het een makke koe is die met de hand gemolken kan worden’, zegt Woldring. Zijn vader nam een aantal koeien van dit ras en in de loop van de jaren is de veestapel enorm uitgebreid. Dit veranderde in 2017.

Door het afschaffen van het melkquotum door de Europese Commissie groeide de melkveehouderij explosief. Doordat er meer koeien kwamen en meer melk geproduceerd werd, kwam er ook meer mest. Zelfs zoveel mest dat we over het vastgestelde plafond gingen. De overheid greep in 2017 in met het fosfaatreductieplan: boeren moesten hun veestapel laten inkrimpen. Vleesveeboeren met zeldzame rundveerassen werden uiteindelijk uitgezonderd, maar melkveebedrijven met zeldzame rassen moesten zelf kiezen welke dieren werden afgevoerd. Kalveren van zeldzame rassen die na 1 oktober 2016 waren geboren werden uitgezonderd.

‘50 koeien weg en 12.000 euro boete’

Sandra en Harald hebben in 2017 uiteindelijk 50 koeien weggedaan. Ze hebben daarvoor de nodige boetes ontvangen, omdat ze eerst de koeien nog hielden. ‘Ik denk we in totaal al 12.000 euro aan boetes hebben gehad’, zegt Harald. Nu in 2018 de nieuwe Meststoffenwet in werking is getreden, mogen veehouders niet meer koeien hebben dan ze op de peildatum 2 juli 2015 in de stal hadden. Als boeren meer koeien willen, moeten ze een geldbedrag per koe betalen (fosfaatrechten). Koop je geen rechten en houd je meer koeien dan die peildatum, dan krijg je als boer een hoge boete. In deze nieuwe wet wordt geen uitzondering gemaakt voor de zeldzame rassen.

Voor de familie Woldring betekent het dat ze tachtig van de 160 Fries Roodbonten weg moeten doen, omdat ze maar voor de helft fosfaatrechten hebben ontvangen. ‘Iedereen moet inleveren, dus wij ook. Maar we hebben wel een basis nodig om mee door te kunnen gaan. We verdienen niet veel, maar er is niemand die met minder dan de helft door kan gaan’, zegt Harald.

Zieke dieren

Waarom Sandra en Harald zoveel koeien weg moeten doen heeft er mee te maken dat in 2011 de gezondheid van de dieren steeds meer achteruit ging. Na uitgebreid onderzoek bleek dat de mineralenbalans van de dieren was verstoord. Dit ging ten koste van de weerstand en de vruchtbaarheid van de dieren. Ze moesten dieren afvoeren en hierdoor ging de melkproductie achteruit. Na de afvoer van de zieke dieren konden ze de veestapel weer langzaam opbouwen. ‘We kochten geen nieuwe dieren aan, maar gingen zelf fokken met onze eigen dieren. Dit kost tijd en daarom hadden we ze nog niet op peil op 2 juli 2015.’ Dat heeft ervoor gezorgd dat ze nu minder fosfaatrechten hebben.

Sandra en Harald hebben telkens nieuwe aanwas nodig om het het ras zuiver te houden. ‘Zoals de regelgeving nu is, lukt het niet om uit te breiden. Het zorgt er eigenlijk voor dat het ras langzaam uitsterft. Dat zou heel jammer zijn. We hebben dit mooie ras nu nog en daar mogen we trots op zijn,’ zegt Sandra geëmotioneerd.

Een dierentuin

Stoppen willen ze allebei niet. ‘We moeten toch ergens ons inkomen vandaan halen. En dan moet je toch overwegen: ga je een dierentuin houden zonder inkomen of wil je het bedrijf in leven houden, maar dan met ander vee?’

Sandra en Harald vinden dat de overheid en brancheorganisatie LTO meer moeten doen om de zeldzame rassen te behouden. ‘Er wordt in Nederland veel geld besteed aan monumentale gebouwen, om bepaalde landschappen in ere te herstellen, en aan de bever, de otter en de wolf die weer terug moeten komen. Al die dieren zijn er nu nog niet en daar wordt wel veel geld in geïnvesteerd, wat heel mooi is. Ik vind het alleen jammer dat we dan deze rassen laten verdwijnen, terwijl die er nog zijn. Het is maar een kwart procent van de veestapel’, zegt Woldring.

LTO wil geen uitzondering

Volgens Land- en tuinbouworganisatie LTO moet er geen uitzondering komen in de nieuwe Meststoffenwet voor de zeldzame runderrassen, want iedere koe stoot nu eenmaal fosfaat uit. De pijn moet daarom verdeeld worden onder alle boeren, stelt LTO. Als de boeren met zeldzame koeien willen blijven bestaan, dan zouden ze het moeten zoeken in de markt en niet in de wet. ‘Er liggen kansen in de markt voor het vlees en de melk van de zeldzame rundveerassen. En daar ligt de uitdaging. Je moet je kansen pakken, je kansen zoeken, maar ook je kansen ontwikkelen. Hoe zeldzamer iets is en hoe exclusiever iets is, hoe beter er een markt voor te bedenken is,’ zegt Wil Meulenbroeks, voorzitter van de vakgroep melkveehouderij van LTO.

Hij denkt niet dat de zeldzame rassen helemaal zullen uitsterven door het beleid. ‘Mocht een runderras dreigen uit te sterven, dan zijn er altijd nog genen in de genenbank die benut kunnen worden. Laten we daar helder over zijn.’ Meer over de mening van LTO lees je in een volgend artikel.

Volgens Sandra en Harald is LTO erg gericht op hoog rendement. ‘Dit soort koeien heb je niet voor een hoog rendement. Het gaat ook om de beleving die hierbij hoort: een soort historie. Bij ons gaat het er niet om om zoveel liter melk te genereren. Ik weet niet eens wat onze koeien geven,’ zegt Sandra.

‘Ik wil nadenken over een oplossing’

Het kalfje heeft inmiddels het flesje leeggedronken en Sandra kan moeilijk haar tranen tegenhouden. Deze koeien zijn op hun erf geboren en horen daar ook weer te sterven, vindt zij. ‘Ik wil heel graag nadenken over een oplossing en niet nadenken over het stoppen. Maar als je met gezond verstand onze situatie bekijkt is het misschien wel beter om te stoppen. Deze rassen zijn maar een kwart procent van de hele veestapel in Nederland. Waar hebben we het over? Het zou doodzonde zijn als ze straks allemaal weg zijn. Ik hoop dat er wat wijsheid vanuit Den Haag komt.’

Ik houd je op de hoogte!

Wil je graag op de hoogte gehouden worden van ons onderzoek? Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief.

 

Verkenning Research Opnames Uitzending

Boer en beleid

Opnames

We zijn druk bezig met de volgende uitzending over de landbouw in Nederland. Centraal staat de vraag of onze doelen voor waterkwaliteit en de kwaliteit van natuur op gespannen voet staan met de huidige vorm van landbouw in Nederland. We zijn inmiddels klaar met onze opnames en zenden op 8 mei om 21:25 uit op NPO2.

Deel jouw ervaring 26 andere artikelen in onderzoek
Uitzending is geweest op dinsdag 08 mei 21:25u, NPO2

155 tips

ontvangen

Deskundigen gezocht

Dit artikel is geschreven door:

Iris Verhoeven

Deel dit artikel

Meer artikelen in dit onderzoek

Toon meer

Meer weten?

Het fosfaat en de boeren met koeien: daar is de afgelopen drie jaar veel over gepraat. Sinds de afschaffing van het melkquotum in 2015 zijn de melkveeboeren gaan uitbreiden om meer melk te producer...
Alles over dit onderzoek