Onderwijs / Onderwijs

Artikel hoogbegaafdheid zorgt voor discussie: ‘Veel dingen die ik lees, doen me fronsen'

dinsdag 29 mei 2018 Leestijd: 4 min.

Kind dat hersenen vasthoudt bij museum Naturalis / ANP

Karen Geurtsen

Redacteur

dinsdag 29 mei 2018 Leestijd: 4 min.

Voor ons onderzoek naar onderwijs voor hoogbegaafde kinderen interviewden we hoogleraar neuropsychologie Jelle Jolles. Over zijn inzichten ontstond veel discussie op onze Facebookpagina. Wat is er precies aan de hand?

‘Bagger’… ‘ouderwets’… en 'een beperkte kijk’. Zomaar een greep uit de reacties op ons artikel van zaterdag over hoe om te gaan met hoogbegaafde kinderen. Maar het bericht wordt ook veel gedeeld en geliked. En een lezer zegt: ‘Wat een vreemde reacties van ouders van hb-kinderen en hb-experts op dit artikel. Ik lees in Jelle (Jolles', red.) betoog begrip voor de problemen van intelligente kinderen, goede adviezen en dat de scholen tekort schieten in hulp.’ Wat speelt er? We pakken er wat reacties bij.

‘Klassiek beeld van hoogbegaafdheid’
De eerste reactie op het artikel is van Christina Hazenberg, moeder van een hoogbegaafde zoon. Ze schrijft: ‘De hoogleraar zegt: "een kind ís niet hoogbegaafd, het presteert alleen beter". Dat is nou net één van de vooroordelen waarvan ik hoopte dat jullie die weg zouden nemen... Veel hb-kinderen presteren juist niet beter (in een schoolse setting). Veel hb-kinderen stromen af van vwo-niveau naar vmbo-niveau of vallen helemaal uit.’ Het beeld dat Jolles schetst van hoogbegaafde kinderen die ook goed presteren, is voor deze moeder niet herkenbaar.

Ook Marije Ruben, leerkracht in een klas met hoogbegaafde kinderen, herkent weinig van de inzichten van Jolles: ‘Eerlijk gezegd vind ik het een vrij ouderwets en klassiek verhaal over hoogbegaafdheid, waarin ik veel dingen lees, die me doen fronsen.’ Over Jolles pleidooi om hoogbegaafde kinderen juist breed te stimuleren en niet alleen op het vlak waar ze al sterk zijn, voegt ze toe: ‘Het gemiddelde beeld in mijn klas is niet dat kinderen sociaal achterlopen, of motorisch onvaardig zijn. Voor mij zijn dat de uitschieters, de uitersten. Zoals je die in elke 'normale' klas er ook bij hebt.’

Centrum voor Begaafdheidsonderzoek
Er zijn in het veld nogal uiteenlopende opvattingen over wat hoogbegaafd zijn betekent en hoe je ermee om moet gaan, zo lijkt het. Hildi Glastra van Loon suggereert op onze pagina: ‘Misschien moet De Monitor gaan praten met de mensen van het CBO (Centrum voor Begaafdheidsonderzoek, red.) in Nijmegen om een beter beeld van hoogbegaafdheid te krijgen.’

We bellen het CBO en krijgen ontwikkelingspsychologe Lianne Hoogeveen aan de lijn. Zij stuurt ons via de mail een reactie. Hoewel zij haar collegawetenschapper Jolles niet wil afvallen, meldt ze daarin: ‘Wij hadden liever gezien dat hij als neuropsycholoog vooral had benadrukt dat je niet veel zinnigs over hoogbegaafdheid kunt zeggen als je alleen maar naar de hersenen kijkt en verder niet de tijd neemt om je te verdiepen in de praktijk.’

Onderpresterende hoogbegaafden
De smalle focus op de neuropsychologische ontwikkeling van het zogenaamde hoogbegaafde kind in het algemeen past volgens Hoogeveen niet bij wat we inmiddels weten over hoogbegaafde kinderen. Ze schrijft: ‘Die presteren om te beginnen namelijk niet vanzelfsprekend hoog. Dat hangt enorm van de omgeving af, vandaar dat we tegenwoordig steeds meer uitgaan van een transactionele visie waarin de wisselwerking tussen leerling, ouders, school en stof centraal staat.’ Dat hoogbegaafde kinderen kunnen onderpresteren, lezen we bij meer tipgevers terug en beschreven we al in een eerder artikel over Katerina en haar zoon.

Daarnaast ervaart Hoogeveen dat te vaak wordt gedacht: rekenen kan hij bijvoorbeeld al, dus we gaan focussen op wat hij niet kan. Hoogeveen: 'Opvallend is dat we het anders doen als een kind goed is in sport: tegen een kind dat goed voetbalt zeggen we niet: dat kun je al, dus we doen je niet op voetbal, maar we zetten je op een schaakclub, daar ben je namelijk niet goed in. Nee, we geven dit kind extra voetbaltraining, zodat hij zich volledig kan ontwikkelen in waar hij potentie voor heeft.' 

Tot slot benadrukt Hoogeveen dat de verschillen tussen hoogbegaafde kinderen onderling vele malen groter zijn dan de overeenkomsten en dat het perspectief op hoe wetenschappers naar hoogbegaafdheid kijken, verschoven is: ‘Niet de individuele leerling is het probleem, maar het onderwijs. Het passend onderwijs is lang niet zo passend als we gehoopt hadden.’

Ouderwets?
Dat passend onderwijs vinden voor hoogbegaafde kinderen op dit moment lastig is, benoemt Jolles ook. We vragen hem om een reactie op de Facebookcriticasters. Jolles zet het belang van het kind voorop: ‘Er zijn nogal wat kinderen die vastlopen op school of thuis. Als klinisch neuropsycholoog pleit ik voor meer begrip voor het kind en ook voor zijn ouders. Een pleidooi om naar meerdere dimensies te kijken: naar vaardigheden én kennis, naar zijn brein-in-ontwikkeling én naar beleving en sociaal gedrag. De toegepaste neuropsychologie heeft dus niet ’een smalle focus’ zoals een van de reacties hierboven stelt, maar is juist breed en richt zich op het kind in zijn context.

Hij ziet dat nog niet iedereen doorheeft hoe complex de problematiek eigenlijk is. ‘Zowel in de wetenschappelijke literatuur als in de toegepaste praktijk zijn veel aanwijzingen te vinden dat het kind er baat bij heeft om niet te eenzijdig of exclusief de nadruk te leggen op de cognitieve ontwikkeling. Veel hoogbegaafdheidsspecialisten en leerkrachten weten dat natuurlijk al, maar met mijn pleidooi richt ik me op hen die geloven dat een hoogbegaafd kind juist moet worden gestimuleerd in de richting waarin het al (cognitief) excelleert.’

Is zijn visie ouderwets? ‘Alleen als het interview heel selectief gelezen wordt. Ik pleit voor begrip, en voor een multidimensionele benadering. Heb oog voor de grote individuele verschillen tussen kinderen, ook binnen de groep van de hoogbegaafden. En spreek het kind niet alleen aan op datgene waar het heel goed in is; het heeft baat bij een bredere ontplooiing. Dat is een visie die wordt ondersteund door zowel gedragswetenschappelijk als door meer fundamenteel onderzoek naar de ontwikkeling van kinderen.’   

Wil je op de hoogte blijven van ons onderzoek? Abonneer je dan hier op onze nieuwsbrief.

 

Verkenning Research Opnames Uitzending

Onderwijs

Verkenning

Deel jouw ervaring 154 andere artikelen in onderzoek
Uitzending is geweest op dinsdag 18 september 21:25u, NPO2

1954 tips

ontvangen

54 experts gesproken

Een vrijstelling van de leerplicht voor je kind? En wat dan? Zijn er voldoende mogelijkheden om je kind toch onderwijs en begeleiding te geven?

Dit artikel is geschreven door:

Karen Geurtsen Redacteur

Als vragen stellen je hobby is, dan is er geen betere baan dan onderzoeksjournalist. Daar kwam Karen Geurtsen achter toen ze na haar studies Europees Beleid en Journalistiek & Nieuwe Media stage liep bij weekblad HP/De Tijd. Voor de vraag hoe de PVV werkelijk in elkaar stak, ging zij undercover. Dat resulteerde in een hoop discussie, een boek en een nominatie voor de Mercurs (2010). Na een korte uitstap naar het bedrijfsleven zit ze sinds 2016 zit bij de KRO-NCRV. Karen: 'Het mooie aan De Monitor is dat je het publiek helemaal mee kunt nemen in je eigen zoektocht.’

Lees verder
@karen_geurtsen

Deel dit artikel

Meer artikelen in dit onderzoek

Toon meer

Meer weten?

Steeds meer kinderen met fysieke- of psychische problemen, zoals autisme en hoogbegaafdheid, krijgen een vrijstelling van de leerplicht. Dat betekent als kinderen niet leerbaar zijn. Maar het schij...
Alles over dit onderzoek