Gezondheid en zorg / Kindermishandeling

Alles disciplines onder één dak: ‘Dit is dé manier om kindermishandeling aan te pakken’

woensdag 01 februari 2017 Leestijd: 3 min.

Foto: ANP /

Josselin Gordijn

editor

woensdag 01 februari 2017 Leestijd: 3 min.

Eén centrum waarin betrokken organisaties als politie, artsen, jeugdbescherming, wijkteams en psychologen actief met elkaar samenwerken aan de aanpak van kindermishandeling. Voor het dossier Kindermishandeling gaan we op bezoek bij het Multi Disciplinair Centrum Kindermishandeling (MDCK) in Hoofddorp. Volgens Peter Brouwer, politieagent op de afdeling zeden in het MDCK, is dit dé manier waarop kindermishandeling kan worden aangepakt, omdat het kind hier centraal staat. ‘In de huidige Nederlandse aanpak is dit vaak niet het geval.’

Kinderen waarover een melding is gedaan bij een Veilig Thuis-organisatie in Noord-Holland kunnen na triage worden doorgestuurd naar het MDCK. ‘Heeft de Veilig Thuis-medewerker het vermoeden dat het kind in structurele of acute onveiligheid verkeert, dan wordt het doorgestuurd naar ons,’ zegt Brouwer. Vervolgens is er in het centrum een casusoverleg over de situatie. Alle betrokken instanties kijken in hun eigen systeem wat er bekend is over het kind. Brouwer: ‘Op deze manier heb je direct alle informatie die er is bij elkaar. Wegens privacyredenen mogen verschillende disciplines vaak geen informatie met elkaar delen, maar door een speciaal privacyconvenant mogen wij dat in dit centrum wel. Dit betekent niet dat we in elkaars systemen kunnen kijken, maar we leggen de informatie naast elkaar en hebben dan na één overleg een zo volledig mogelijk beeld. Een arts heeft natuurlijk andere informatie dan een politieagent of jeugdbeschermer.’

Alle onderzoeken onder één dak

Tijdens zo’n casusbespreking overleggen de professionals direct met elkaar over wat de beste aanpak is. Ook wordt er afgesproken wie de regie krijgt. Als een kind besproken is en verder onderzoek is nodig, komt het naar het MDCK. ‘In de kindvriendelijke verhoorruimte wordt het kind, als het ouder is dan vier jaar, verhoord. Dit wordt gedaan door een professional die hier speciaal voor is opgeleid,’ vertelt Brouwer. In de gloednieuwe verhoorstudio staat een poppenhuis, een tafel met tekenspullen en verschillende comfortabele meubelen waar het kind op kan zitten. Enkel de verhoorder is met het kind aanwezig in de studio, die wordt aangepast aan de situatie. Wordt het verhoor gedaan door de politie, dan wordt de ruimte zo prikkelarm mogelijk gemaakt en haalt men het poppenhuis er bijvoorbeeld uit. Als een kind verhoord wordt door psychologen van bijvoorbeeld het Kinder en Jeugd Trauma Centrum, dan kunnen andere betrokken professionals meekijken vanachter een geblindeerd raam. Het gesprek wordt opgenomen met –niet duidelijk aanwezige- camera’s en geluidsapparatuur. ‘Vanuit een technische kamer, een paar deuren verderop, wordt door politieagenten meegekeken naar de camerabeelden. Hier wordt uiteindelijk een dvd van gemaakt die in het gebouw wordt bewaard en vanaf dat moment voor alle professionals die zich verder zullen bezighouden met de zaak (rechters, jeugdhulp) zal dienen als documentatie. Zo hoeft een kind niet steeds opnieuw zijn of haar verhaal te doen.’

Bij lichamelijk letsel of in het geval van seksueel misbruik wordt het kind in het centrum onderzocht door een kinderarts.

Een kind dat is aangemeld in het MDCK wordt langere tijd gevolgd door de aangewezen casusregisseur. Brouwer: ‘Het sluiten van een dossier gaat ook in overleg met alle betrokken disciplines. Als zij allemaal geen zorgen meer hebben, wordt het dossier pas gesloten.’

"Gezinnen die van instantie naar instantie gestuurd worden? Dat is niet langer het geval"

Peter Brouwer

Geen eilandjes meer

Brouwer is positief over de werkwijze van het MDCK. ‘Bekend zijn de verhalen over gezinnen die van instantie naar instantie gestuurd worden. Steeds weer een ander loketje waar een hulpinstantie een eigen onderzoek doet en een eigen verslag over de situatie maakt. Vaak mogen organisaties vanwege privacyredenen geen informatie met elkaar uitwisselen, waardoor ze niet op de hoogte zijn van alle informatie. In het MDCK kennen we elkaar allemaal en werken we letterlijk naast elkaar aan de veiligheid van een kind. We kunnen gewoon bij elkaar binnenlopen als we advies willen vragen. Dat scheelt tal van telefoontjes en onduidelijkheid over wat er gaande is bij de andere instantie. En het scheelt tijd! Een hulptraject kan op deze manier veel sneller op gang komen omdat er een vollediger beeld is.’ Het vertrouwen in elkaar als hulpverlener groeit ook, zegt Brouwer. ‘Normaal gesproken weet je niet precies wat een andere discipline die ook met een zaak te maken heeft, doet. We laten ons leiden door onze eigen werkprocessen en werkdruk. Hier zijn we juist onderdeel van elkaars werk. Daardoor i **** s het vertrouwen in elkaar als professional groot.’

De toekomst?

Het MDCK is niet het enige multidisciplinaire centrum in Nederland. In Friesland wordt eenzelfde werkwijze gehanteerd, maar daar ontbreekt het (nog) aan een fysiek gebouw. In Tilburg en Venlo zijn ‘Family Justice Centers’, die kindermishandeling en huiselijk geweld op een soortgelijke manier aanpakken maar vooral gericht zijn op partnergeweld. Deze centra zijn, anders dan het MDCK, onderdeel van een pilot vanuit de EU. Andere soortgelijke initiatieven binnen Nederland zijn gebaseerd op een zogenoemd ‘MDA++ aanpak’, wat betekent dat er met meerdere disciplines naar een casus wordt gekeken. Dit is de toekomst, volgens Brouwer. ‘Een mishandeld kind mag niet langer de dupe zijn van bureaucratie. In het MDCK gaan we dat tegen.’

Oproep

Als de multidisciplinaire aanpak zo goed werkt: waarom wordt het dan niet landelijk ingezet? Of zitten er ook negatieve kanten aan die we nu niet hebben belicht? Werk je als professional met deze problematiek en heb je een andere (of juist dezelfde) visie, laat het ons weten. Meld je: tip insturen.

Dit artikel is geschreven door:

Josselin Gordijn

Deel dit artikel

Meer artikelen in dit onderzoek

Meer weten?

Zo’n 120.000 kinderen in Nederland zijn het slachtoffer van kindermishandeling. Dat zijn ongeveer 533 basisscholen vol. Het oordeel van inspecteurs is iedere keer bedroevend: ‘We hebben onvoldoende gedaan om de veiligheid van dit kind te waarborgen.’ Waarom lukt het instanties niet om de mishandelingen te voorkomen?
Alles over dit onderzoek